BWBR0032719
Geldig vanaf 2022-11-21
Artikel 1
Besluit RIVM
1. De taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het RIVM, omvat in ieder geval:
a. de uitvoering, dan wel het doen uitvoeren van de programma’s,
b. de bekostiging van de programma’s,
c. de monitoring en evaluatie van de programma’s,
d. de noodzakelijke gegevensverwerking ten behoeve van de uitvoering alsmede de monitoring en evaluatie van de programma’s,
e. het uitvoeren, dan wel laten uitvoeren van onder andere de inkoop, opslag en distributie van farmaceutische producten en medische hulpmiddelen ten behoeve van de programma’s, en
f. het bevorderen van de aansluiting van de programma’s met de reguliere zorg.
2. De programma’s, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het RIVM, omvatten:
a. de bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker;
b. de prenatale screening op infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE);
c. de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het structureel echoscopisch onderzoek;
d. de neonatale hielprikscreening (NHS) en de gehoorscreening bij pasgeborenen;
e. het Nationaal programma grieppreventie (NPG);
f. het Nationaal programma pneumokokkenvaccinatie volwassenen (NPPV).
a. de uitvoering, dan wel het doen uitvoeren van de programma’s,
b. de bekostiging van de programma’s,
c. de monitoring en evaluatie van de programma’s,
d. de noodzakelijke gegevensverwerking ten behoeve van de uitvoering alsmede de monitoring en evaluatie van de programma’s,
e. het uitvoeren, dan wel laten uitvoeren van onder andere de inkoop, opslag en distributie van farmaceutische producten en medische hulpmiddelen ten behoeve van de programma’s, en
f. het bevorderen van de aansluiting van de programma’s met de reguliere zorg.
2. De programma’s, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het RIVM, omvatten:
a. de bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker;
b. de prenatale screening op infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE);
c. de prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het structureel echoscopisch onderzoek;
d. de neonatale hielprikscreening (NHS) en de gehoorscreening bij pasgeborenen;
e. het Nationaal programma grieppreventie (NPG);
f. het Nationaal programma pneumokokkenvaccinatie volwassenen (NPPV).