BWBR0032718
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 8
Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet
1. Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, eerste lid, en 5, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.
2. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit voor de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
3. Aan de directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, derde lid, en 6, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.
4. De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland voor de bevoegdheid bedoeld in het derde lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
2. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit voor de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
3. Aan de directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, derde lid, en 6, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.
4. De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland voor de bevoegdheid bedoeld in het derde lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032718
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl