BWBR0032703
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 4
Regeling eenmalig bedrag verlenging GSM-vergunningen 2013
1. Indien een verlengde vergunning voor afloop van de vergunningstermijn wordt ingetrokken, herberekent de Minister het bedrag dat bij overeenkomstige toepassing van artikel 2voor de ingetrokken vergunning verschuldigd zou zijn geweest als daarbij was uitgegaan van de werkelijke duur van de verlenging, naar boven afgerond in hele maanden.
2. De Minister betaalt aan degene die op het moment van intrekking houder is van de vergunning:
a. het verschil tussen het deel van het bedrag in de beschikking op grond van artikel 2 dat betrekking heeft op de ingetrokken vergunning enerzijds en het herberekende bedrag bedoeld in het eerste lid anderzijds,
b. vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek over de periode tussen de datum waarop het op dit verschil betrekking hebbende bedrag in de beschikking op grond van artikel 2 verschuldigd is en de datum waarop de Minister het verschil op grond van dit lid betaalt.
3. De beschikking tot vaststelling van de herberekening, bedoeld in het eerste lid, en het aan de vergunninghouder te betalen bedrag op grond van het tweede lid, wordt uiterlijk twee weken na de dagtekening van het besluit waarmee de vergunning wordt ingetrokken, toegezonden aan de vergunninghouder bedoeld in het tweede lid.
4. Dit artikel is van toepassing onverminderd verplichtingen op grond van artikel 3en de besluiten op grond van artikel 2.
5. De Minister kan een vordering van de vergunninghouder op grond van dit artikel verrekenen met een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewetgenomen besluit.
2. De Minister betaalt aan degene die op het moment van intrekking houder is van de vergunning:
a. het verschil tussen het deel van het bedrag in de beschikking op grond van artikel 2 dat betrekking heeft op de ingetrokken vergunning enerzijds en het herberekende bedrag bedoeld in het eerste lid anderzijds,
b. vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek over de periode tussen de datum waarop het op dit verschil betrekking hebbende bedrag in de beschikking op grond van artikel 2 verschuldigd is en de datum waarop de Minister het verschil op grond van dit lid betaalt.
3. De beschikking tot vaststelling van de herberekening, bedoeld in het eerste lid, en het aan de vergunninghouder te betalen bedrag op grond van het tweede lid, wordt uiterlijk twee weken na de dagtekening van het besluit waarmee de vergunning wordt ingetrokken, toegezonden aan de vergunninghouder bedoeld in het tweede lid.
4. Dit artikel is van toepassing onverminderd verplichtingen op grond van artikel 3en de besluiten op grond van artikel 2.
5. De Minister kan een vordering van de vergunninghouder op grond van dit artikel verrekenen met een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewetgenomen besluit.