BWBR0032556
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel XIII
Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II
1. Op een natura-uitvaartverzekeraar die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet een vergunning heeft op grond van artikel 2:48, eerste lid, of artikel 2:50, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, en die het voornemen heeft zijn werkzaamheden te gaan verrichten met gebruikmaking van de artikelen 2:49bonderscheidenlijk 2:54.0aen 3:3 van de Wet op het financieel toezichtis artikel XI, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Een natura-uitvaartverzekeraar waarop het eerste lid van toepassing is, en die ervoor kiest zijn werkzaamheden na het in werking treden van deze wet te gaan verrichten met een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, stelt de Nederlandsche Bank uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit artikel daarvan in kennis. Alsdan wordt zijn vergunning op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in die vergunning.
2. Een natura-uitvaartverzekeraar waarop het eerste lid van toepassing is, en die ervoor kiest zijn werkzaamheden na het in werking treden van deze wet te gaan verrichten met een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, stelt de Nederlandsche Bank uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit artikel daarvan in kennis. Alsdan wordt zijn vergunning op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel van rechtswege omgezet in die vergunning.