BWBR0032534
Geldig vanaf 2014-03-14
Artikel 2
Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen waterschapsbelastingen
1. Van de in artikel 1, eerste lid, genoemde belastingen, worden vrijgesteld de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van andere mogendheden en hun hoofden en leden.
2. Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is van toepassing op gezinsleden die inwonen bij van belasting vrijgestelde hoofden en leden als bedoeld in het eerste lid en particuliere bedienden die werkzaam zijn voor die hoofden en leden. Het derde lid, aanhef en onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op deze gezinsleden en bedienden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op hoofden of leden die Nederlander zijn;
b. op hoofden of leden die duurzaam verblijf houden in Nederland;
c. op een honoraire consul;
d. op leden, voor zover het betreft de belasting, bedoeld in de artikelen 117, eerste lid, aanhef en onderdeel d, en 122a, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Waterschapswet;
e. op leden, voor zover zij belastingplichtig zijn ten aanzien van belastbare feiten die zich voordoen in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep;
f. op vertegenwoordigingen voor zover zij belastingplichtig zijn ten aanzien van belastbare feiten die zich niet voordoen in het kader van officiële werkzaamheden, waarbij mede het huisvesten van eigen leden onder officiële werkzaamheden wordt verstaan; en
g. op gevallen waarin de Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat ter zake van de vrijstelling, bedoeld in het eerste en tweede lid, de wederkerigheid niet is gewaarborgd.
2. Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is van toepassing op gezinsleden die inwonen bij van belasting vrijgestelde hoofden en leden als bedoeld in het eerste lid en particuliere bedienden die werkzaam zijn voor die hoofden en leden. Het derde lid, aanhef en onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing op deze gezinsleden en bedienden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op hoofden of leden die Nederlander zijn;
b. op hoofden of leden die duurzaam verblijf houden in Nederland;
c. op een honoraire consul;
d. op leden, voor zover het betreft de belasting, bedoeld in de artikelen 117, eerste lid, aanhef en onderdeel d, en 122a, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Waterschapswet;
e. op leden, voor zover zij belastingplichtig zijn ten aanzien van belastbare feiten die zich voordoen in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep;
f. op vertegenwoordigingen voor zover zij belastingplichtig zijn ten aanzien van belastbare feiten die zich niet voordoen in het kader van officiële werkzaamheden, waarbij mede het huisvesten van eigen leden onder officiële werkzaamheden wordt verstaan; en
g. op gevallen waarin de Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat ter zake van de vrijstelling, bedoeld in het eerste en tweede lid, de wederkerigheid niet is gewaarborgd.