BWBR0032483
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 10
Regeling sturing van en toezicht op de Luchtverkeersleiding Nederland
1. De minister legt de volgende voornemens tijdig aan de LVNL voor met het oog op een uitvoeringstoets:
a. voor het functioneren van de LVNL relevante beleidsvoornemens;
b. voorgenomen wet- en regelgeving;
c. overige voornemens tot het opdragen van taken of het stellen van regels met betrekking tot de uitoefening van de taken bij of krachtens een wet waarvoor hij eerste verantwoordelijke is;
d. voornemens tot het stellen van beleidsregels in de zin van artikel 21 Kaderwet.
2. De minister reageert op de door de LVNL toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.
3. Indien de minister nalaat tijdig te verzoeken om een uitvoeringstoets, kan de LVNL een uitvoeringstoets uit eigen beweging uitvoeren.
4. Indien in de loop van het besluitvormingsproces het aan de LVNL voorgelegde voornemen op voor de LVNL relevante punten wordt gewijzigd, legt de minister de wijzigingen ten behoeve van een finale uitvoeringstoets voor aan de LVNL.
a. voor het functioneren van de LVNL relevante beleidsvoornemens;
b. voorgenomen wet- en regelgeving;
c. overige voornemens tot het opdragen van taken of het stellen van regels met betrekking tot de uitoefening van de taken bij of krachtens een wet waarvoor hij eerste verantwoordelijke is;
d. voornemens tot het stellen van beleidsregels in de zin van artikel 21 Kaderwet.
2. De minister reageert op de door de LVNL toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.
3. Indien de minister nalaat tijdig te verzoeken om een uitvoeringstoets, kan de LVNL een uitvoeringstoets uit eigen beweging uitvoeren.
4. Indien in de loop van het besluitvormingsproces het aan de LVNL voorgelegde voornemen op voor de LVNL relevante punten wordt gewijzigd, legt de minister de wijzigingen ten behoeve van een finale uitvoeringstoets voor aan de LVNL.