BWBR0032480
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 8
Huishoudelijk reglement van het Nederlands Fonds voor de Film
8.1. Werknemers van het Fonds vervullen geen nevenfuncties die strijdig zijn met het belang van het Fonds.
8.2. De werknemer die nevenfuncties wil vervullen, anders dan uit hoofde van zijn werk, bespreekt dit voornemen binnen het Fonds, waarna schriftelijk toestemming door het bestuur moet worden gegeven.
8.3. Werknemers onthouden zich van het ontvangen van geschenken, , beloningen of provisies die een waarde hebben van meer dan € 25,- van personen met wie zij uit hoofde van hun functie in aanraking komen.
8.4. De werknemer is zowel tijdens als na beëindiging van de arbeidsovereenkomst jegens anderen dan werknemers, bestuursleden en toezichthouders van de werkgever verplicht tot geheimhouding omtrent alle bedrijfsaangelegenheden die hem ter kennis zijn gekomen.
8.5. Het bestuur zorgt ervoor dat werknemers zonder gevaar voor hun rechtspositie melding kunnen doen van (vermeende) onregelmatigheden van algemene, operationele en financiële aard.
8.6. Het bestuur draagt er zorg voor dat in het kader van kwaliteitszorg voorzieningen getroffen worden waardoor personen en instellingen die met het Fonds in aanraking komen in de gelegenheid worden gesteld om voorstellen te doen ter verbetering van de werkwijzen en procedures. In het jaarverslag wordt hier melding van gemaakt.
8.7. Indien er bij de beoordeling van filmplannen kwesties aan de orde komen, waarbij medewerker of een ad hoc adviseur een middellijk of onmiddellijk een eigen belang heeft of kan hebben maakt deze hier meteen mededeling van bij het bestuur. De betrokken medewerker of ad hoc adviseur onthoudt zich van de voorbereiding en totstandkoming van advisering.
8.8. Werknemers zijn verplicht aan derden geen mededelingen te doen over de inhoud van de beraadslaging over de ingediende subsidieaanvragen, over de (uitkomsten van) de behandeling van de aanvragen en over de inhoud van de adviezen. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt is strikt vertrouwelijk en mag slechts ter kennis van derden worden gebracht bij besluit van het bestuur.
8.2. De werknemer die nevenfuncties wil vervullen, anders dan uit hoofde van zijn werk, bespreekt dit voornemen binnen het Fonds, waarna schriftelijk toestemming door het bestuur moet worden gegeven.
8.3. Werknemers onthouden zich van het ontvangen van geschenken, , beloningen of provisies die een waarde hebben van meer dan € 25,- van personen met wie zij uit hoofde van hun functie in aanraking komen.
8.4. De werknemer is zowel tijdens als na beëindiging van de arbeidsovereenkomst jegens anderen dan werknemers, bestuursleden en toezichthouders van de werkgever verplicht tot geheimhouding omtrent alle bedrijfsaangelegenheden die hem ter kennis zijn gekomen.
8.5. Het bestuur zorgt ervoor dat werknemers zonder gevaar voor hun rechtspositie melding kunnen doen van (vermeende) onregelmatigheden van algemene, operationele en financiële aard.
8.6. Het bestuur draagt er zorg voor dat in het kader van kwaliteitszorg voorzieningen getroffen worden waardoor personen en instellingen die met het Fonds in aanraking komen in de gelegenheid worden gesteld om voorstellen te doen ter verbetering van de werkwijzen en procedures. In het jaarverslag wordt hier melding van gemaakt.
8.7. Indien er bij de beoordeling van filmplannen kwesties aan de orde komen, waarbij medewerker of een ad hoc adviseur een middellijk of onmiddellijk een eigen belang heeft of kan hebben maakt deze hier meteen mededeling van bij het bestuur. De betrokken medewerker of ad hoc adviseur onthoudt zich van de voorbereiding en totstandkoming van advisering.
8.8. Werknemers zijn verplicht aan derden geen mededelingen te doen over de inhoud van de beraadslaging over de ingediende subsidieaanvragen, over de (uitkomsten van) de behandeling van de aanvragen en over de inhoud van de adviezen. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt is strikt vertrouwelijk en mag slechts ter kennis van derden worden gebracht bij besluit van het bestuur.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032480
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl