BWBR0032465
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 3
Beleidsregels sturing van en toezicht op de NIWO
1. Ten behoeve van de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de begroting conform artikel 29 van de Kaderwetbeoordeelt de minister de begroting zoals door de NIWO bij de minister neergelegd na instemming van het bestuur en besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan hetgeen in het tweede lid benoemd.
2. De begroting bevat de navolgende elementen, waarbij ter vergelijking bij de onderdelen a, b en c tevens de gerealiseerde gegevens van het laatst afgesloten boekjaar (t-1), de oorspronkelijke begroting van het lopende jaar (t) en de geprognosticeerde realisatie van het lopende jaar (t) worden vermeld:
a. de begroting conform artikel 27 van de Kaderwet aangevuld met de kosten en opbrengsten, zowel met betrekking tot de gehele exploitatie als onderscheiden per taakcluster;
b. de begrote gecomprimeerde balans per ultimo van het begrotingsjaar;
c. de wijze van financiering;
d. een overzicht en bedrijfseconomische onderbouwing van investeringen van zwaarwegend belang;
e. een toelichting op de onderdelen a tot en met d.
2. De begroting bevat de navolgende elementen, waarbij ter vergelijking bij de onderdelen a, b en c tevens de gerealiseerde gegevens van het laatst afgesloten boekjaar (t-1), de oorspronkelijke begroting van het lopende jaar (t) en de geprognosticeerde realisatie van het lopende jaar (t) worden vermeld:
a. de begroting conform artikel 27 van de Kaderwet aangevuld met de kosten en opbrengsten, zowel met betrekking tot de gehele exploitatie als onderscheiden per taakcluster;
b. de begrote gecomprimeerde balans per ultimo van het begrotingsjaar;
c. de wijze van financiering;
d. een overzicht en bedrijfseconomische onderbouwing van investeringen van zwaarwegend belang;
e. een toelichting op de onderdelen a tot en met d.