1. Een vergoeding voor een computer wordt verstrekt indien de aanvrager die is ingeschreven bij een instelling voor regulier onderwijs door een beperking ten gevolge van ziekte of gebrek:
geen gebruik kan maken van de algemeen gebruikelijke schrijfmiddelen of
niet of niet in voldoende mate kan lezen.
2. Verstrekking van een vergoeding kan slechts plaatsvinden ten aanzien van aanvragers die blind, slechtziend, motorisch gehandicapt, doof, slechthorend of langdurig ziek zijn.
Alleen in de volgende onderwijssituaties kan een vergoeding voor een computer, eventueel met aanpassingen, worden verstrekt:
1. In het basisonderwijs van groep 3 t/m 8;
2. In het voortgezet onderwijs van de eerste tot en met de vierde klas;
3. In het onderwijs van ROC en MBO in niveau 1 en 2.
In de volgende onderwijssituaties worden alleen aanpassingen aan de computer vergoed:
1. In het voortgezet onderwijs Havo 5 en VWO 5 en 6;
2. In het onderwijs van ROC en MBO in niveau 3 en 4;
3. HBO Bachelor en Master;
4. WO Bachelor en Master.
In de volgende onderwijssituaties vindt geen vergoeding voor een computer of aanpassingen plaats:
1. de leerling heeft alleen cognitieve beperkingen;
2. de enige diagnose van de leerling is dyslexie;
3. de leerling is ingeschreven bij een onderwijsinstelling die valt onder de Wet op de expertisecentra.
1. De vergoeding die door UWV wordt verstrekt bedraagt maximaal het normbedrag G 22-1 genoemd in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen. Dit bedrag heeft betrekking op een computer, laptop of tablet, waarop geen aanpassingen in verband met de handicap van de aanvrager zijn aangebracht..
2. Bijkomende voorzieningen worden alleen en eenmalig verstrekt indien deze specifiek door de handicap van de aanvrager noodzakelijk zijn.
3. Voor kosten van instandhouding of verzekering van de computer wordt geen vergoeding verstrekt.