BWBR0032452
Geldig vanaf 2020-11-18
Artikel 6
Regeling normering topinkomens OCW-sectoren
1. De inspecteur-generaal van het onderwijs en de ambtenaren van de Inspectie van het onderwijs die zijn belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, zijn belast met het toezicht op de naleving van de wet, het besluiten deze regeling, ten aanzien van de rechtspersonen en instellingen, genoemd onder de nummers 1 tot en met 8, 13, 14 en 16, in bijlage 1 bij de wetonder het opschrift ‘Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap’.
2. De inspecteur-generaal van het onderwijs is gemandateerd om ten aanzien van de rechtspersonen waarop hij toezicht houdt, de bevoegdheden aan te wenden, bedoeld in de artikelen 5.4, eerste lid, 5.5, eerste tot en met vierde lid, en 5.6, eerste en derde lid, van de wet.
3. De inspecteur-generaal van het onderwijs kan ten aanzien van de aan hem toekomende bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, ondermandaat verlenen.
4. De inspecteur-generaal van het onderwijs is bevoegd te beslissen op een bezwaarschrift dat is ingediend tegen een in ondermandaat genomen besluit ter aanwending van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid.
2. De inspecteur-generaal van het onderwijs is gemandateerd om ten aanzien van de rechtspersonen waarop hij toezicht houdt, de bevoegdheden aan te wenden, bedoeld in de artikelen 5.4, eerste lid, 5.5, eerste tot en met vierde lid, en 5.6, eerste en derde lid, van de wet.
3. De inspecteur-generaal van het onderwijs kan ten aanzien van de aan hem toekomende bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, ondermandaat verlenen.
4. De inspecteur-generaal van het onderwijs is bevoegd te beslissen op een bezwaarschrift dat is ingediend tegen een in ondermandaat genomen besluit ter aanwending van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid.