BWBR0032426
Geldig vanaf 2012-12-15
Artikel 17
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2012
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 10 tot en met 13, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
b. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
c. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
d. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
e. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR;
f. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
g. het toekennen van beloningen;
h. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR;
i. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR;
j. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
k. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing;
l. het beslissen over een terugkeergarantie.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
b. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
c. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
d. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
e. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR;
f. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
g. het toekennen van beloningen;
h. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR;
i. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR;
j. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
k. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing;
l. het beslissen over een terugkeergarantie.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.