BWBR0032397
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 2
Regeling nachtdienstontheffing politie
1. De ambtenaar van 55 jaar of ouder, die de leeftijd van 55 jaar op 31 december 2012 of daarvoor heeft bereikt, kan het bevoegd gezag verzoeken hem geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van het verrichten van dienst of het opleggen van consignatie tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
2. Het bevoegd gezag verleent de gevraagde ontheffing tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
3. Met ingang van de eerste betaalperiode na de dag waarop de in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt verleend, ontvangt de ambtenaar een maandelijkse toelage. Bij gedeeltelijke ontheffing wordt de toelage berekend naar rato voor de toelage voor de gehele ontheffing.
4. De in het derde lid bedoelde toelage wordt berekend door het aantal uren dat de ambtenaar in de twaalf maanden direct voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde ontheffing dienst heeft verricht of consignatie is opgelegd tussen 00.00 uur en 06.00 uur te vermenigvuldigen met € 2,99 respectievelijk € 0,75 en dat bedrag vervolgens te delen door twaalf.
5. De in het vierde lid genoemde bedragen worden aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.
6. De ambtenaar aan wie op grond van het eerste lid gehele of gedeeltelijke ontheffing is verleend van het verrichten van dienst of het opleggen van consignatie tussen 00.00 uur en 06.00 uur en die daarvoor een maandelijkse toelage als bedoeld in het derde en vierde lid ontvangt, behoudt deze ontheffing en de bijbehorende toelage tot zijn ontslag.
2. Het bevoegd gezag verleent de gevraagde ontheffing tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
3. Met ingang van de eerste betaalperiode na de dag waarop de in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt verleend, ontvangt de ambtenaar een maandelijkse toelage. Bij gedeeltelijke ontheffing wordt de toelage berekend naar rato voor de toelage voor de gehele ontheffing.
4. De in het derde lid bedoelde toelage wordt berekend door het aantal uren dat de ambtenaar in de twaalf maanden direct voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde ontheffing dienst heeft verricht of consignatie is opgelegd tussen 00.00 uur en 06.00 uur te vermenigvuldigen met € 2,99 respectievelijk € 0,75 en dat bedrag vervolgens te delen door twaalf.
5. De in het vierde lid genoemde bedragen worden aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.
6. De ambtenaar aan wie op grond van het eerste lid gehele of gedeeltelijke ontheffing is verleend van het verrichten van dienst of het opleggen van consignatie tussen 00.00 uur en 06.00 uur en die daarvoor een maandelijkse toelage als bedoeld in het derde en vierde lid ontvangt, behoudt deze ontheffing en de bijbehorende toelage tot zijn ontslag.