BWBR0032333
Geldig vanaf 2022-12-13
Artikel 3
Besluit verdeling sterkte en middelen politie
1. Onze Minister bepaalt jaarlijks de door de korpschef in het begrotingsjaar te realiseren operationele sterkte van de politie.
2. Onze Minister bepaalt op basis van de in het eerste lid bedoelde operationele sterkte van de politie de omvang van de in het betreffende begrotingsjaar te realiseren operationele sterkte voor de landelijke eenheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit beheer politie, en de ondersteunende diensten, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, 36, eerste lid, en artikel 43a, eerste lid, van het Besluit beheer politie.
3. De omvang van de te realiseren operationele sterkte van de regionale eenheden is zo groot als de omvang van de te realiseren operationele sterkte, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de operationele sterkte, bedoeld in het tweede lid.
4. Het aandeel van een regionale eenheid in de in het derde lid bedoelde operationele sterkte bedraagt het in de bij dit besluit behorende bijlagebedoelde percentage.
2. Onze Minister bepaalt op basis van de in het eerste lid bedoelde operationele sterkte van de politie de omvang van de in het betreffende begrotingsjaar te realiseren operationele sterkte voor de landelijke eenheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit beheer politie, en de ondersteunende diensten, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, 36, eerste lid, en artikel 43a, eerste lid, van het Besluit beheer politie.
3. De omvang van de te realiseren operationele sterkte van de regionale eenheden is zo groot als de omvang van de te realiseren operationele sterkte, bedoeld in het eerste lid, verminderd met de operationele sterkte, bedoeld in het tweede lid.
4. Het aandeel van een regionale eenheid in de in het derde lid bedoelde operationele sterkte bedraagt het in de bij dit besluit behorende bijlagebedoelde percentage.