BWBR0032328
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 3
Besluit mandaat en machtiging directeur-generaal Rijkswaterstaat inzake erkenningen bodemkwaliteit
1. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan voor de in artikelen 1en 2bedoelde aangelegenheden ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
2. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat en machtiging, als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de hoofdingenieur-directeur ondermandaat en machtiging kan verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het verlenen van ondermandaat en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
4. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat of machtiging is verleend.
2. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat en machtiging, als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de hoofdingenieur-directeur ondermandaat en machtiging kan verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het verlenen van ondermandaat en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
4. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat of machtiging is verleend.