Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:
a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten,en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
b. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
c. uitleveringsbeschikkingen inhouden;
d. beschikkingen inhouden waarin in het kader van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties dan wel de Wet overdracht ten uitvoerlegging strafvonnissen de in het buitenland opgelegde straf wordt aangepast aan het in Nederland wettelijk toegestane maximum;
e. worden genomen op grond van: 1°. artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op: – immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000;
– immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000;
2º. artikel 96b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
1°. artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 22 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op: – immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000;
– immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000;
2º. artikel 96b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 92, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie of artikel 39 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
3º. artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren of artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien de meerkosten aangaande de minimale uitkering meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;
f. betreffen het verstrekken van reisopdrachten aan ambtenaren naar landen buiten Europa alsmede Turkije.