BWBR0032150
Geldig vanaf 2012-11-01
Artikel 39
Regeling bekostiging personeel PO 2012–2013 en aanpassing bedragen leerlinggebonden budget VO 2012–2013
1. Het bevoegd gezag van een basisschool die met ingang van 1 augustus is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige basisscholen, ontvangt het eerste schooljaar na de samenvoeging bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding, berekend op grond van het derde en vierde lid.
2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde schooljaar na de samenvoeging respectievelijk 80%, 60%, 40% en 20% van de bijzondere bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.
3. De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X–Y, waarin:
X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28en 28a van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Y = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28en 28a van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging.
4. De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs–Ys, waarin:
Xs = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Ys = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging.
5. De bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vervalt indien een basisschool, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen 5 jaar weer betrokken is bij een samenvoeging, waarvoor op grond van dit artikel bijzondere bekostiging voor de personeelkosten wordt toegekend.
2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt in het tweede, derde, vierde en vijfde schooljaar na de samenvoeging respectievelijk 80%, 60%, 40% en 20% van de bijzondere bekostiging, berekend op grond van het derde en vierde lid, aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van basisscholen.
3. De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van leraren is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan X–Y, waarin:
X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28en 28a van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Y = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van de artikelen 23, 24, 25, 28en 28a van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging.
4. De bijzondere bekostiging voor de personeelskosten van de schoolleiding is voor het eerste schooljaar na de samenvoeging gelijk aan Xs–Ys, waarin:
Xs = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Ys = de som van de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 26 van het Besluit bekostiging WPOin het schooljaar na de samenvoeging.
5. De bijzondere bekostiging wegens samenvoeging vervalt indien een basisschool, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen 5 jaar weer betrokken is bij een samenvoeging, waarvoor op grond van dit artikel bijzondere bekostiging voor de personeelkosten wordt toegekend.