BWBR0032149
Geldig vanaf 2016-10-27
Artikel 7
Besluit beveiliging en continuïteit openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten
1. De aanbieder doet de in artikel 11a.2, eerste lid, van de wetbedoelde melding bij het meldpunt.
2. De melding bevat in ieder geval:
a. het tijdstip van aanvang van het beveiligingsincident;
b. de aard en de omvang van het beveiligingsincident;
c. op welk netwerk of bij welke dienst het beveiligingsincident heeft plaatsgevonden;
d. een prognose van de hersteltijd.
3. Indien de aanbieder melding heeft gedaan van een beveiligingsincident als bedoeld in artikel 11a.2, eerste lid, van de wet, verstrekt hij Onze Minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen vier weken na beëindiging van het beveiligingsincident alle informatie omtrent:
a. wanneer het beveiligingsincident is beëindigd;
b. welke maatregelen zijn genomen om het beveiligingsincident te beëindigen;
c. welke maatregelen zijn genomen om herhaling van het beveiligingsincident te voorkomen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent;
a. de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde melding plaatsvindt;
b. de wijze waarop de in het derde lid bedoelde verstrekking plaatsvindt;
c. de openbaarmaking van de melding, bedoeld in artikel 11a.2, derde lid, van de wet;
d. de informatievoorziening richting gebruikers over een dreigend beveiligingsincident, bedoeld in artikel 11a.2, vierde lid, van de wet.
2. De melding bevat in ieder geval:
a. het tijdstip van aanvang van het beveiligingsincident;
b. de aard en de omvang van het beveiligingsincident;
c. op welk netwerk of bij welke dienst het beveiligingsincident heeft plaatsgevonden;
d. een prognose van de hersteltijd.
3. Indien de aanbieder melding heeft gedaan van een beveiligingsincident als bedoeld in artikel 11a.2, eerste lid, van de wet, verstrekt hij Onze Minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen vier weken na beëindiging van het beveiligingsincident alle informatie omtrent:
a. wanneer het beveiligingsincident is beëindigd;
b. welke maatregelen zijn genomen om het beveiligingsincident te beëindigen;
c. welke maatregelen zijn genomen om herhaling van het beveiligingsincident te voorkomen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent;
a. de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde melding plaatsvindt;
b. de wijze waarop de in het derde lid bedoelde verstrekking plaatsvindt;
c. de openbaarmaking van de melding, bedoeld in artikel 11a.2, derde lid, van de wet;
d. de informatievoorziening richting gebruikers over een dreigend beveiligingsincident, bedoeld in artikel 11a.2, vierde lid, van de wet.