Bij de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten, de equivalente en de effectieve doses, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, wordt gebruik gemaakt van de rekenregels, opgenomen in de hoofdstukken 2, 3 en 4 en, in gevallen als aangegeven in paragraaf 5.1 van de bijlage, in de hoofdstukken 5 en 6 van de bijlage.
In afwijking van artikel 2 kunnen, indien het tot vergunningverlening bevoegde gezag daarmee instemt, andere dan de in de bijlage voorgeschreven methoden, parameters of parameterwaarden worden toegepast, indien een situatie in belangrijke mate afwijkt van de aannames waarvan in de bijlage is uitgegaan.