BWBR0012702
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 3
Besluit stralingsbescherming
1. Bij verordening van de Autoriteit worden regels gesteld:
a. voor de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten;
b. voor de bepaling van de equivalente en de effectieve doses;
c. met betrekking tot de waarden voor de activiteitsconcentraties en de totale activiteit voor radionucliden;
d. betreffende de aanwijzing van radionucliden die bij de toetsing van natuurlijke bronnen zijn vrijgesteld van sommatie;
e. voor de bepaling van het activiteitsniveau van radionucliden.
2. Bij verordening van de Autoriteit kunnen:
a. methoden worden aangewezen voor de wijze waarop de in het eerste lid, onder b, bedoelde doses worden getoetst aan de in dit besluit genoemde doses;
b. regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteiten, activiteitsconcentraties of oppervlaktebesmetting.
3. Ten behoeve van de bepaling van doses worden alle effectieve of equivalente doses gesommeerd die een persoon ontvangt ten gevolge van handelingen en werkzaamheden, voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, met uitzondering van een radiologische verrichting, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsenen bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
4. Ten behoeve van de toetsing aan de krachtens het eerste lid, onder c, vastgestelde waarden worden alle activiteiten die zich op enig moment binnen een locatie bevinden of worden geloosd, gewogen en gesommeerd voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsenen bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
5. In afwijking van het vierde lid worden de activiteiten of activiteitsconcentraties in natuurlijke bronnen niet gesommeerd met de activiteiten of activiteitenconcentraties in kunstmatige bronnen.
a. voor de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten;
b. voor de bepaling van de equivalente en de effectieve doses;
c. met betrekking tot de waarden voor de activiteitsconcentraties en de totale activiteit voor radionucliden;
d. betreffende de aanwijzing van radionucliden die bij de toetsing van natuurlijke bronnen zijn vrijgesteld van sommatie;
e. voor de bepaling van het activiteitsniveau van radionucliden.
2. Bij verordening van de Autoriteit kunnen:
a. methoden worden aangewezen voor de wijze waarop de in het eerste lid, onder b, bedoelde doses worden getoetst aan de in dit besluit genoemde doses;
b. regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteiten, activiteitsconcentraties of oppervlaktebesmetting.
3. Ten behoeve van de bepaling van doses worden alle effectieve of equivalente doses gesommeerd die een persoon ontvangt ten gevolge van handelingen en werkzaamheden, voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, met uitzondering van een radiologische verrichting, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsenen bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
4. Ten behoeve van de toetsing aan de krachtens het eerste lid, onder c, vastgestelde waarden worden alle activiteiten die zich op enig moment binnen een locatie bevinden of worden geloosd, gewogen en gesommeerd voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsenen bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
5. In afwijking van het vierde lid worden de activiteiten of activiteitsconcentraties in natuurlijke bronnen niet gesommeerd met de activiteiten of activiteitenconcentraties in kunstmatige bronnen.