Artikel 1
De bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budgetworden als volgt verhoogd:
a. het in onderdeel b genoemde bedrag van € 1478,– tot € 1553,–;
b. het in onderdeel c genoemde bedrag van € 1661,– tot € 1736,–;
c. het in onderdeel d genoemde bedrag van € 1661,–, tot € 1736,–.
a. het in onderdeel b genoemde bedrag van € 1478,– tot € 1553,–;
b. het in onderdeel c genoemde bedrag van € 1661,– tot € 1736,–;
c. het in onderdeel d genoemde bedrag van € 1661,–, tot € 1736,–.