BWBR0032082
Geldig vanaf 2012-10-20
Artikel 5
Experimenteerbesluit vm2
1. De bekostiging van de leergang vm2 op een school of een instelling, die met ingang van 1 augustus 2009 is aangevangen, bestaat, in afwijking van titel II van hoofdstuk 2 van de WEBen de artikelen 77 tot en met 106 van de WVO, per bevoegd gezag van een school of een instelling aan welke op grond van artikel 8, tweede lid, van de tijdelijke regelingsubsidie is verstrekt, uit een bedrag van € 8.500,– per leerling, tot ten hoogste het aantal leerlingen vermeld in de beschikking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de tijdelijke regeling, en eindigt met ingang van 1 augustus 2013.
2. Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt aan het bevoegd gezag van een school of een instelling verstrekt voor de leerling die deelneemt aan de leergang vm2, daadwerkelijk schoolgaand is en voor de leergang vm2 is geregistreerd in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.
3. Indien de leerling aan een leergang vm2, die is aangevangen met ingang van 1 augustus 2009, vóór 1 oktober 2012 het diploma van een opleiding mbo2 behaalt, verstrekt Onze Minister ambtshalve een diplomabonus van ten hoogste € 8.500,– per uitgereikt diploma vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin het diploma is behaald aan het bevoegd gezag van een vmbo-school, die op grond van de WVOwordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met een instelling of het bevoegd gezag van een instelling die op grond van de WEBwordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met tenminste één vmbo-school aan wie op grond van artikel 8, tweede lid, van de tijdelijke regelingsubsidie is verstrekt. Het bevoegd gezag komt alleen in aanmerking voor een diplomabonus voor een diploma behaald door een leerling die daadwerkelijk is gestart en is ingeschreven aan de leergang vm2 met ingang van 1 augustus 2009.
4. Artikel 77a van de WVOis van overeenkomstige toepassing alsmede de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de WVO, uitsluitend voor zover het betreft de aanvullende bekostiging, bedoeld in de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO.
5. Per leerling wordt op grond van artikel 7 van de Regeling aanpassing 2011 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs voor kalenderjaar 2012een bedrag van € 321,50 voor lesmateriaal betaalbaar gesteld.
6. Op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gegevens bron, met betrekking tot het aantal leerlingen van leergangen vm2 die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2009, vergelijkt Onze Minister het aantal leerlingen dat op 1 oktober van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan de leergang vm2 met het aantal leerlingen waarvoor subsidie op grond van artikel 8 van de tijdelijke regelingis verstrekt.
7. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan de leergang vm2 is ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in de beschikking op grond van artikel 8, tweede lid, onder b, van de tijdelijke regeling, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de bekostiging aan dit aantal leerlingen aangepast.
8. Indien ten aanzien van het bevoegd gezag van een school of een instelling op grond van artikel 8 van de tijdelijke regelingmeer dan één project op dezelfde vestiging is toegewezen, wordt het zesde lid niet meer toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van de leergang vm2 overstappen naar een andere leergang vm2 van deze aanvrager op deze vestiging. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide leergangen deelneemt, niet groter is dan het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, van de tijdelijke regeling voor deze leergangen is vermeld.
2. Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt aan het bevoegd gezag van een school of een instelling verstrekt voor de leerling die deelneemt aan de leergang vm2, daadwerkelijk schoolgaand is en voor de leergang vm2 is geregistreerd in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.
3. Indien de leerling aan een leergang vm2, die is aangevangen met ingang van 1 augustus 2009, vóór 1 oktober 2012 het diploma van een opleiding mbo2 behaalt, verstrekt Onze Minister ambtshalve een diplomabonus van ten hoogste € 8.500,– per uitgereikt diploma vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin het diploma is behaald aan het bevoegd gezag van een vmbo-school, die op grond van de WVOwordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met een instelling of het bevoegd gezag van een instelling die op grond van de WEBwordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met tenminste één vmbo-school aan wie op grond van artikel 8, tweede lid, van de tijdelijke regelingsubsidie is verstrekt. Het bevoegd gezag komt alleen in aanmerking voor een diplomabonus voor een diploma behaald door een leerling die daadwerkelijk is gestart en is ingeschreven aan de leergang vm2 met ingang van 1 augustus 2009.
4. Artikel 77a van de WVOis van overeenkomstige toepassing alsmede de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de WVO, uitsluitend voor zover het betreft de aanvullende bekostiging, bedoeld in de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO.
5. Per leerling wordt op grond van artikel 7 van de Regeling aanpassing 2011 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs voor kalenderjaar 2012een bedrag van € 321,50 voor lesmateriaal betaalbaar gesteld.
6. Op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gegevens bron, met betrekking tot het aantal leerlingen van leergangen vm2 die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2009, vergelijkt Onze Minister het aantal leerlingen dat op 1 oktober van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan de leergang vm2 met het aantal leerlingen waarvoor subsidie op grond van artikel 8 van de tijdelijke regelingis verstrekt.
7. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan de leergang vm2 is ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in de beschikking op grond van artikel 8, tweede lid, onder b, van de tijdelijke regeling, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de bekostiging aan dit aantal leerlingen aangepast.
8. Indien ten aanzien van het bevoegd gezag van een school of een instelling op grond van artikel 8 van de tijdelijke regelingmeer dan één project op dezelfde vestiging is toegewezen, wordt het zesde lid niet meer toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van de leergang vm2 overstappen naar een andere leergang vm2 van deze aanvrager op deze vestiging. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide leergangen deelneemt, niet groter is dan het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, van de tijdelijke regeling voor deze leergangen is vermeld.