BWBR0032070
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 2
Besluit bekostiging financieel toezicht 2013
1. De toezichthouder baseert de hoogte van het jaarlijks op grond van artikel 13 van de wetaan een onder toezicht staande persoon in rekening te brengen bedrag op de maatstafgegevens die overeenkomstig het tweede tot en met het zevende lid voor die persoon zijn vastgesteld of geschat.
2. De maatstafgegevens, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de voor de toepassing van de in bijlage II van de wetbedoelde maatstaven «Marktkapitalisatie» en «Eigen vermogen» relevante gegevens, komen overeen met:
a. de gegevens per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar of met de gegevens over dat kalenderjaar; of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn,
b. de gegevens per 31 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar of met de gegevens over dat kalenderjaar; of, indien de jaarrekening van de onder toezicht staande persoon niet per 31 december van een kalenderjaar is vastgesteld,
c. de gegevens per de datum waarop de jaarrekening van die persoon in het laatst verstreken kalenderjaar voor het laatst is vastgesteld.
3. De toezichthouder stelt per onder toezicht staande persoon de in het laatst verstreken kalenderjaar liggende periode vast waarop de maatstafgegevens voor de toepassing van de in bijlage II van de wetbedoelde maatstaven «Marktkapitalisatie» en «Eigen vermogen» betrekking hebben.
4. De maatstafgegevens van een persoon die in de loop van een jaar onder toezicht komt te staan, worden voor dat jaar vastgesteld per de datum waarop die persoon voor het eerst deel uitmaakt van een in bijlage IIof III van de wetopgenomen toezichtcategorie of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn of indien zij pas na een onevenredige inspanning zijn te verkrijgen, per de datum waarop de jaarrekening of balans van die persoon voor het laatst is vastgesteld.
5. De maatstafgegevens van de partijen die betrokken zijn bij een fusie, splitsing of ontbinding kunnen worden vastgesteld aan de hand van de maatstafgegevens die zijn vastgesteld voor het samengaan, de splitsing of de ontbinding.
6. Indien de maatstafgegevens van een onder toezicht staande persoon niet bij de toezichthouder bekend zijn, verstrekt die persoon op verzoek, binnen een door de toezichthouder te stellen redelijke termijn, een opgave van zijn gegevens die betrekking hebben op de voor hem relevante maatstaf.
7. Indien een persoon als bedoeld in het zesde lid niet binnen de door de toezichthouder gestelde termijn een opgave heeft gedaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, maakt de toezichthouder een schatting van zijn maatstafgegevens.
2. De maatstafgegevens, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de voor de toepassing van de in bijlage II van de wetbedoelde maatstaven «Marktkapitalisatie» en «Eigen vermogen» relevante gegevens, komen overeen met:
a. de gegevens per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar of met de gegevens over dat kalenderjaar; of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn,
b. de gegevens per 31 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar of met de gegevens over dat kalenderjaar; of, indien de jaarrekening van de onder toezicht staande persoon niet per 31 december van een kalenderjaar is vastgesteld,
c. de gegevens per de datum waarop de jaarrekening van die persoon in het laatst verstreken kalenderjaar voor het laatst is vastgesteld.
3. De toezichthouder stelt per onder toezicht staande persoon de in het laatst verstreken kalenderjaar liggende periode vast waarop de maatstafgegevens voor de toepassing van de in bijlage II van de wetbedoelde maatstaven «Marktkapitalisatie» en «Eigen vermogen» betrekking hebben.
4. De maatstafgegevens van een persoon die in de loop van een jaar onder toezicht komt te staan, worden voor dat jaar vastgesteld per de datum waarop die persoon voor het eerst deel uitmaakt van een in bijlage IIof III van de wetopgenomen toezichtcategorie of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn of indien zij pas na een onevenredige inspanning zijn te verkrijgen, per de datum waarop de jaarrekening of balans van die persoon voor het laatst is vastgesteld.
5. De maatstafgegevens van de partijen die betrokken zijn bij een fusie, splitsing of ontbinding kunnen worden vastgesteld aan de hand van de maatstafgegevens die zijn vastgesteld voor het samengaan, de splitsing of de ontbinding.
6. Indien de maatstafgegevens van een onder toezicht staande persoon niet bij de toezichthouder bekend zijn, verstrekt die persoon op verzoek, binnen een door de toezichthouder te stellen redelijke termijn, een opgave van zijn gegevens die betrekking hebben op de voor hem relevante maatstaf.
7. Indien een persoon als bedoeld in het zesde lid niet binnen de door de toezichthouder gestelde termijn een opgave heeft gedaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, maakt de toezichthouder een schatting van zijn maatstafgegevens.