BWBR0032068
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 5
Omzettingsregeling luchthaven Texel
1. Het gebruik van de luchthaven vindt plaats:
a. overeenkomstig de zichtvliegvoorschriften, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, van het Luchtverkeersreglement, binnen de uniforme daglichtperiode, en
b. overeenkomstig de instrumentvliegvoorschriften, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, van het Luchtverkeersreglement, tussen 07.00 en 21.00 uur plaatselijke tijd, voor zover deze periode buiten de uniforme daglichtperiode valt, uitsluitend voor het landen en opstijgen met helikopters die zijn uitgerust met blindvlieginstrumenten, met dien verstande dat dit geen les- en oefenvluchten zijn.
2. Het is de exploitant tot 20 januari 2014 toegestaan om het luchthavengebied te doen of te laten gebruiken buiten de in het eerste lid genoemde openingstijden, voor het uitvoeren van helikoptervluchten van maatschappelijk belang, tussen 07.00 en 21.00 uur plaatselijke tijd, voor zover deze periode buiten de uniforme daglichtperiode valt, alsmede voor het uitvoeren van daarmee verband houdende vluchten gericht op het innemen van brandstof. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. de exploitant rapporteert over buiten de reguliere openstellingstijden uitgevoerde starts en landingen inclusief het karakter van de beweging aan de Inspectie Leefomgeving en Transport, Handhaving Service-Providers;
b. uitgevoerde vluchten worden meegeteld in de berekening van de geluidbelasting;
c. de exploitant draagt zorg voor sluitende afspraken buiten de uniforme daglichtperiode en/of de openingstijden van het luchtvaartterrein van 07.00 tot 21.00 uur met de helikopter operator over het veilig gebruik van de luchthaven. Hierbij moet worden gedacht aan het gebruik van de tankinstallatie, het redden van mensenlevens, het voorkomen, beperken en bestrijden van een eventuele brand ten gevolge van een ongeval of incident, het landen en starten en de beschikbaarheid van visuele hulpmiddelen bij het vliegen buiten de uniforme daglichtperiode.
3. Het is de exploitant toegestaan om een gedeelte van het luchthavengebied dat niet in gebruik is voor het luchthavenluchtverkeer, zoals gearceerd is aangegeven op de kaart in bijlage 1bij deze regeling, te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwterrein en als motorcrossterrein. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. dit gedeelte van het luchthavengebied dient van het overige luchthavengebied te zijn afgescheiden door middel van een deugdelijke afzetting;
b. de hoogte van de te gebruiken werk- en voertuigen, alsmede eventueel te plaatsen opstallen, beplantingen of anderszins, mag de betreffende door ICAO aangegeven hindernisvrije vlakken niet te boven gaan;
c. alvorens dit gedeelte van het luchthavengebied wordt betreden dient contact te worden opgenomen met de Luchtverkeersleiding Nederland te Schiphol in verband met de werking van de ter plaatse aanwezige VDR-peiler;
d. indien het gebruik als landbouwterrein en als motorcrossterrein wordt beëindigd dient dit aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directie Luchtvaart, afdeling Luchtvaartveiligheid, te worden gemeld;
e. indien bij of in de onmiddellijke omgeving van RLD-kabels ten behoeve van de luchtvaarthulp- en/of communicatiemiddelen werkzaamheden worden uitgevoerd, dient tijdig overleg plaats te vinden met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directie Luchtvaart, afdeling Luchtvaartveiligheid;
f. indien ten gevolge van het gebruik als landbouwterrein en als motorcrossterrein schade aan RLD-kabels, alsmede aan luchtvaarthulp- of communicatiemiddelen wordt aangericht, zal deze schade op kosten van de exploitant worden hersteld;
g. onverminderd het hiervoor gestelde dient te worden voldaan aan alle door of namens de burgemeester van de gemeente Texel te stellen of gestelde voorwaarden met betrekking tot de orde en veiligheid.
4. Het is de exploitant toegestaan om het luchthavengebied te doen gebruiken voor zweefvliegtuigen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. het opstijgen van de zweefvliegtuigen geschiedt door het opslepen door middel van een lier of door middel van een vliegtuig;
b. de havenmeester dient vooraf toestemming te verlenen voor het feitelijk gebruik van het luchthavengebied voor zweefvliegtuigen.
a. overeenkomstig de zichtvliegvoorschriften, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, van het Luchtverkeersreglement, binnen de uniforme daglichtperiode, en
b. overeenkomstig de instrumentvliegvoorschriften, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, van het Luchtverkeersreglement, tussen 07.00 en 21.00 uur plaatselijke tijd, voor zover deze periode buiten de uniforme daglichtperiode valt, uitsluitend voor het landen en opstijgen met helikopters die zijn uitgerust met blindvlieginstrumenten, met dien verstande dat dit geen les- en oefenvluchten zijn.
2. Het is de exploitant tot 20 januari 2014 toegestaan om het luchthavengebied te doen of te laten gebruiken buiten de in het eerste lid genoemde openingstijden, voor het uitvoeren van helikoptervluchten van maatschappelijk belang, tussen 07.00 en 21.00 uur plaatselijke tijd, voor zover deze periode buiten de uniforme daglichtperiode valt, alsmede voor het uitvoeren van daarmee verband houdende vluchten gericht op het innemen van brandstof. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. de exploitant rapporteert over buiten de reguliere openstellingstijden uitgevoerde starts en landingen inclusief het karakter van de beweging aan de Inspectie Leefomgeving en Transport, Handhaving Service-Providers;
b. uitgevoerde vluchten worden meegeteld in de berekening van de geluidbelasting;
c. de exploitant draagt zorg voor sluitende afspraken buiten de uniforme daglichtperiode en/of de openingstijden van het luchtvaartterrein van 07.00 tot 21.00 uur met de helikopter operator over het veilig gebruik van de luchthaven. Hierbij moet worden gedacht aan het gebruik van de tankinstallatie, het redden van mensenlevens, het voorkomen, beperken en bestrijden van een eventuele brand ten gevolge van een ongeval of incident, het landen en starten en de beschikbaarheid van visuele hulpmiddelen bij het vliegen buiten de uniforme daglichtperiode.
3. Het is de exploitant toegestaan om een gedeelte van het luchthavengebied dat niet in gebruik is voor het luchthavenluchtverkeer, zoals gearceerd is aangegeven op de kaart in bijlage 1bij deze regeling, te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwterrein en als motorcrossterrein. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. dit gedeelte van het luchthavengebied dient van het overige luchthavengebied te zijn afgescheiden door middel van een deugdelijke afzetting;
b. de hoogte van de te gebruiken werk- en voertuigen, alsmede eventueel te plaatsen opstallen, beplantingen of anderszins, mag de betreffende door ICAO aangegeven hindernisvrije vlakken niet te boven gaan;
c. alvorens dit gedeelte van het luchthavengebied wordt betreden dient contact te worden opgenomen met de Luchtverkeersleiding Nederland te Schiphol in verband met de werking van de ter plaatse aanwezige VDR-peiler;
d. indien het gebruik als landbouwterrein en als motorcrossterrein wordt beëindigd dient dit aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directie Luchtvaart, afdeling Luchtvaartveiligheid, te worden gemeld;
e. indien bij of in de onmiddellijke omgeving van RLD-kabels ten behoeve van de luchtvaarthulp- en/of communicatiemiddelen werkzaamheden worden uitgevoerd, dient tijdig overleg plaats te vinden met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directie Luchtvaart, afdeling Luchtvaartveiligheid;
f. indien ten gevolge van het gebruik als landbouwterrein en als motorcrossterrein schade aan RLD-kabels, alsmede aan luchtvaarthulp- of communicatiemiddelen wordt aangericht, zal deze schade op kosten van de exploitant worden hersteld;
g. onverminderd het hiervoor gestelde dient te worden voldaan aan alle door of namens de burgemeester van de gemeente Texel te stellen of gestelde voorwaarden met betrekking tot de orde en veiligheid.
4. Het is de exploitant toegestaan om het luchthavengebied te doen gebruiken voor zweefvliegtuigen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. het opstijgen van de zweefvliegtuigen geschiedt door het opslepen door middel van een lier of door middel van een vliegtuig;
b. de havenmeester dient vooraf toestemming te verlenen voor het feitelijk gebruik van het luchthavengebied voor zweefvliegtuigen.