BWBR0032036
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 9
Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013
1. Een besluit genomen op grond van de volgende besluiten wordt overeenkomstig het desbetreffende besluit afgehandeld:
a. Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011,
b. Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten,
c. Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997,
d. Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten,
e. Besluit rijkssubsidiëring historische buitenplaatsen.
2. Indien de uitkomst van een bestuursrechtelijke procedure de minister voorschrijft een nieuw besluit te nemen, wordt dit genomen overeenkomstig de regeling op grond waarvan het bestreden besluit is genomen.
3. De rechten en verplichtingen die krachtens een beschikking op grond van een in het eerste lid genoemd besluit gelden, blijven gelden voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald.
4. Aanwijzingen op grond van artikel 37 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumentenof artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011vervallen.
5. Onze minister kan toestaan dat het afleggen van rekening en verantwoording van subsidie, verleend op grond van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumentenof het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011, geschiedt overeenkomstig dit besluit.
a. Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011,
b. Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten,
c. Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997,
d. Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten,
e. Besluit rijkssubsidiëring historische buitenplaatsen.
2. Indien de uitkomst van een bestuursrechtelijke procedure de minister voorschrijft een nieuw besluit te nemen, wordt dit genomen overeenkomstig de regeling op grond waarvan het bestreden besluit is genomen.
3. De rechten en verplichtingen die krachtens een beschikking op grond van een in het eerste lid genoemd besluit gelden, blijven gelden voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald.
4. Aanwijzingen op grond van artikel 37 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumentenof artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011vervallen.
5. Onze minister kan toestaan dat het afleggen van rekening en verantwoording van subsidie, verleend op grond van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumentenof het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011, geschiedt overeenkomstig dit besluit.