BWBR0032025
Geldig vanaf 2011-04-01
Artikel 4
Omzettingsregeling luchthaven Ameland
1. Op de luchthaven is uitsluitend burgerluchtverkeer toegestaan.
2. Naast het burgerluchtverkeer dat binnen de grenswaarden, bedoeld in artikel 6, is toegestaan, zijn op de luchthaven per gebruiksjaar eveneens maximaal 200 bewegingen met helikopters toegestaan.
3. In afwijking van het eerste lid is op de luchthaven incidenteel gebruik van militaire vliegtuigen toegestaan.
4. Op de luchthaven is het oplaten en in de lucht houden van modelvliegtuigen toegestaan, onder de volgende voorwaarden:
a. op eerste aanwijzing van de exploitant wordt het modelvliegen gestaakt;
b. tijdens het landen en opstijgen van luchtvaartuigen op de luchthaven, alsmede tijdens het vliegen met luchtvaartuigen op een afstand van minder dan drie kilometer van de luchthaven is het gebruik van modelvliegtuigen verboden.
2. Naast het burgerluchtverkeer dat binnen de grenswaarden, bedoeld in artikel 6, is toegestaan, zijn op de luchthaven per gebruiksjaar eveneens maximaal 200 bewegingen met helikopters toegestaan.
3. In afwijking van het eerste lid is op de luchthaven incidenteel gebruik van militaire vliegtuigen toegestaan.
4. Op de luchthaven is het oplaten en in de lucht houden van modelvliegtuigen toegestaan, onder de volgende voorwaarden:
a. op eerste aanwijzing van de exploitant wordt het modelvliegen gestaakt;
b. tijdens het landen en opstijgen van luchtvaartuigen op de luchthaven, alsmede tijdens het vliegen met luchtvaartuigen op een afstand van minder dan drie kilometer van de luchthaven is het gebruik van modelvliegtuigen verboden.