BWBR0032024
Geldig vanaf 2012-11-01
Artikel 6
Aanwijzing beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2013
1. De zorgautoriteit berekent de beschikbaarheidbijdrage met betrekking tot de onderscheiden vervolgopleidingen aan de hand van de bedragen genoemd in de navolgende tabellen 1 tot en met 4.
2. De zorgautoriteit hanteert met betrekking tot de opleidingen, genoemd in tabel 1, ten aanzien van algemene ziekenhuizen, niet zijnde academische ziekenhuizen, een staffel die als volgt werkt:
a. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk minder dan 50 fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘1 t/m 49 fte’;
b. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk 50 tot en met 149 fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘50 t/m 149 fte’;
c. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk 150 of meer fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘vanaf 150 fte’;
d. de aantallen opleidingsplaatsen voor de opleidingen die gemerkt zijn met een asterix (*), tellen niet mee bij het bepalen van de omvang van de staffel, bedoeld onder a tot en met c.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]
2. De zorgautoriteit hanteert met betrekking tot de opleidingen, genoemd in tabel 1, ten aanzien van algemene ziekenhuizen, niet zijnde academische ziekenhuizen, een staffel die als volgt werkt:
a. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk minder dan 50 fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘1 t/m 49 fte’;
b. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk 50 tot en met 149 fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘50 t/m 149 fte’;
c. indien het totale aantal opleidingsplaatsen uitgedrukt in fte’s bij een zorgaanbieder voor alle door die zorgaanbieder geboden opleidingen gezamenlijk 150 of meer fte’s bedraagt, geldt voor de desbetreffende opleidingen het bedrag per plaats, genoemd in de kolom ‘vanaf 150 fte’;
d. de aantallen opleidingsplaatsen voor de opleidingen die gemerkt zijn met een asterix (*), tellen niet mee bij het bepalen van de omvang van de staffel, bedoeld onder a tot en met c.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
[tabel]