BWBR0031998
Geldig vanaf 2012-09-21
Artikel 4
Besluit experiment integraal dagarrangement
1. Een samenwerkingsverband dat een integraal dagarrangement wil aanbieden als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, dient in de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde periode bij Onze Minister een aanvraag in door middel van een door Onze Minister vastgesteld en door het bevoegd gezag van de basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijsen de houder van het kindercentrum ondertekend aanvraagformulier.
2. Bij het aanvraagformulier worden de volgende documenten gevoegd:
a. een samenwerkingsvisie waaruit blijkt dat het samenwerkingsverband ten tijde van de indiening van de aanvraag van het verzoek al feitelijk heeft samengewerkt;
b. een door het samenwerkingsverband opgesteld kwaliteitsplan waaruit blijkt op welke wijze het samenwerkingsverband de verantwoorde kinderopvang als bedoeld in artikel 1.50, eerste lid, van de wet zal waarborgen ondanks eventuele afwijkingen ten aanzien van de regels die op grond van artikel 4, derde lid, onderdeel a en b, en artikel 6, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen zijn vastgesteld.
c. een door het samenwerkingsverband opgesteld financieel plan waaruit blijkt dat de overheidsbijdrage in de vorm van kinderopvangtoeslagen niet toeneemt op het moment dat het samenwerkingsverband deel gaat nemen aan het experiment;
d. een door het samenwerkingsverband opgesteld rooster dat erin voorziet dat ten minste twee dagen per week ten minste van 7.30 uur tot 18.30 uur sprake is van een integraal dagarrangement;
e. een document waaruit blijkt dat is voldaan aan de wettelijke verplichtingen op grond van artikelen 12 en 13 van de Wet medezeggenschap op scholen en artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden; en
f. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie van het kindercentrum bij meerderheid van stemmen heeft ingestemd met deelname aan het experiment.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de inhoud van de bij de aanvraag over te leggen documenten, bedoeld in het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat samenwerkingsverbanden van deelname aan dit experiment kunnen worden uitgesloten indien zij reeds deelnemen aan experimenten of subsidie ontvangen op grond van in die regeling genoemde andere regelingen.
2. Bij het aanvraagformulier worden de volgende documenten gevoegd:
a. een samenwerkingsvisie waaruit blijkt dat het samenwerkingsverband ten tijde van de indiening van de aanvraag van het verzoek al feitelijk heeft samengewerkt;
b. een door het samenwerkingsverband opgesteld kwaliteitsplan waaruit blijkt op welke wijze het samenwerkingsverband de verantwoorde kinderopvang als bedoeld in artikel 1.50, eerste lid, van de wet zal waarborgen ondanks eventuele afwijkingen ten aanzien van de regels die op grond van artikel 4, derde lid, onderdeel a en b, en artikel 6, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen zijn vastgesteld.
c. een door het samenwerkingsverband opgesteld financieel plan waaruit blijkt dat de overheidsbijdrage in de vorm van kinderopvangtoeslagen niet toeneemt op het moment dat het samenwerkingsverband deel gaat nemen aan het experiment;
d. een door het samenwerkingsverband opgesteld rooster dat erin voorziet dat ten minste twee dagen per week ten minste van 7.30 uur tot 18.30 uur sprake is van een integraal dagarrangement;
e. een document waaruit blijkt dat is voldaan aan de wettelijke verplichtingen op grond van artikelen 12 en 13 van de Wet medezeggenschap op scholen en artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden; en
f. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie van het kindercentrum bij meerderheid van stemmen heeft ingestemd met deelname aan het experiment.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de inhoud van de bij de aanvraag over te leggen documenten, bedoeld in het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat samenwerkingsverbanden van deelname aan dit experiment kunnen worden uitgesloten indien zij reeds deelnemen aan experimenten of subsidie ontvangen op grond van in die regeling genoemde andere regelingen.