BWBR0031950
Geldig vanaf 2012-09-04
Artikel 2a
Instellingsbesluit Cyber Security Raad
1. De Raad wordt gevormd door:
a. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, medevoorzitter;
b. Mevrouw S. van Es, namens het bedrijfsleven, medevoorzitter;
c. Mevrouw drs. C. de Andrade-de Wit, namens CIO-platform, lid;
d. De heer mr. Th. J. Henrar, namens FME, lid;
e. De heer S.J.A. van Rijswijk, namens de financiële sector, lid;
f. De heer mr. J.F.E. Farwerck, namens de overige vitale sectoren, lid;
g. De heer R. Bravenboer, namens NLdigital, lid;
h. De heer E.F.M. van Nispen tot Sevenaer, namens ECP, lid;
i. De directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, lid;
j. Een lid van het College van procureurs-generaal, lid;
k. Een lid van de bestuursstaf van het Ministerie van Defensie, lid;
l. De Korpschef Landelijke Politiediensten, lid;
m. De directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, lid;
n. De directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lid;
o. Mevrouw prof. dr. B. van den Berg, lid;
p. De heer prof. dr. ir. H.J. Bos, lid;
q. De heer prof. dr. ir. C.E.W. Hesselman, lid;
r. Mevrouw prof. mr. E.M.L. Moerel, lid.
2. De medevoorzitter en de leden van de Raad, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h en o tot en met r, worden door de Minister voor de duur van vier jaar benoemd. Zij kunnen tweemaal en telkens voor de duur van ten hoogste vier jaar door de Minister herbenoemd worden.
3. Bij het vertrek van de medevoorzitter en de leden, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h, benoemt de Minister telkens een lid uit dezelfde sector onderscheidenlijk organisatie als de vertrekkende medevoorzitter of het vertrekkende lid.
4. Bij het vertrek van de leden, genoemd in het eerste lid, onderdelen o tot en met r, wordt door de Minister een vervanger benoemd.
a. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, medevoorzitter;
b. Mevrouw S. van Es, namens het bedrijfsleven, medevoorzitter;
c. Mevrouw drs. C. de Andrade-de Wit, namens CIO-platform, lid;
d. De heer mr. Th. J. Henrar, namens FME, lid;
e. De heer S.J.A. van Rijswijk, namens de financiële sector, lid;
f. De heer mr. J.F.E. Farwerck, namens de overige vitale sectoren, lid;
g. De heer R. Bravenboer, namens NLdigital, lid;
h. De heer E.F.M. van Nispen tot Sevenaer, namens ECP, lid;
i. De directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, lid;
j. Een lid van het College van procureurs-generaal, lid;
k. Een lid van de bestuursstaf van het Ministerie van Defensie, lid;
l. De Korpschef Landelijke Politiediensten, lid;
m. De directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, lid;
n. De directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lid;
o. Mevrouw prof. dr. B. van den Berg, lid;
p. De heer prof. dr. ir. H.J. Bos, lid;
q. De heer prof. dr. ir. C.E.W. Hesselman, lid;
r. Mevrouw prof. mr. E.M.L. Moerel, lid.
2. De medevoorzitter en de leden van de Raad, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h en o tot en met r, worden door de Minister voor de duur van vier jaar benoemd. Zij kunnen tweemaal en telkens voor de duur van ten hoogste vier jaar door de Minister herbenoemd worden.
3. Bij het vertrek van de medevoorzitter en de leden, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met h, benoemt de Minister telkens een lid uit dezelfde sector onderscheidenlijk organisatie als de vertrekkende medevoorzitter of het vertrekkende lid.
4. Bij het vertrek van de leden, genoemd in het eerste lid, onderdelen o tot en met r, wordt door de Minister een vervanger benoemd.