BWBR0031868
Geldig vanaf 12-01-2013
Artikel 12
Verordening op de Kwaliteitstoetsing NIVRA
1. Het bestuur maakt de datum waarop de (her)toetsing zal plaatsvinden ten minste zes weken van tevoren bekend.
2. Indien een accountantspraktijk of een accountantsafdeling aannemelijk maakt dat een (her)toetsing op de datum welke op grond van het eerste lid bekend is gemaakt, niet mogelijk is, kan het bestuur een andere datum bekend maken waarop de (her)toetsing zal plaatsvinden.
3. Indien het tweede lid toepassing vindt, kan het bestuur in overleg met een accountantspraktijk of een accountantsafdeling afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken.
4. Het bestuur doet mededeling van de naam van de toetser of de samenstelling van het toetsingsteam, alsmede van de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan worden ingediend.
5. De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn aan het bestuur schriftelijk verzoeken elk van de toetsers die de (her)toetsing uitvoert te wraken op grond van objectieve feiten en omstandigheden waardoor gerede twijfel is ontstaan met betrekking tot de objectiviteit van de toetser.
6. Indien het bestuur van oordeel is dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de objectiviteit van de toetser aangetast zou kunnen worden of de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van de toetsers aangetast zou kunnen worden, wijst het een andere toetser aan of wijzigt het de samenstelling van het toetsingsteam.
2. Indien een accountantspraktijk of een accountantsafdeling aannemelijk maakt dat een (her)toetsing op de datum welke op grond van het eerste lid bekend is gemaakt, niet mogelijk is, kan het bestuur een andere datum bekend maken waarop de (her)toetsing zal plaatsvinden.
3. Indien het tweede lid toepassing vindt, kan het bestuur in overleg met een accountantspraktijk of een accountantsafdeling afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn van zes weken.
4. Het bestuur doet mededeling van de naam van de toetser of de samenstelling van het toetsingsteam, alsmede van de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan worden ingediend.
5. De accountantspraktijk of de accountantsafdeling kan binnen een door het bestuur te stellen termijn aan het bestuur schriftelijk verzoeken elk van de toetsers die de (her)toetsing uitvoert te wraken op grond van objectieve feiten en omstandigheden waardoor gerede twijfel is ontstaan met betrekking tot de objectiviteit van de toetser.
6. Indien het bestuur van oordeel is dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de objectiviteit van de toetser aangetast zou kunnen worden of de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van de toetsers aangetast zou kunnen worden, wijst het een andere toetser aan of wijzigt het de samenstelling van het toetsingsteam.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031868
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl