BWBR0031833
Geldig vanaf 2012-07-26
Artikel 2
Organisatiebesluit BZK 2012
1. De hoofdstructuur van het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de Algemene Leiding (ALGL);
b. het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR);
c. het directoraat-generaal Wonen en Bouwen (DGWB);
d. het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK);
e. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);
f. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);
g. de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering (DCB);
h. de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie (DHC);
i. het Rijksvastgoedbedrijf;
j. het Bureau Digitale Overheid.
2. De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 16, tweede lid.
3. Het onder lid 1 sub a genoemde onderdeel ressorteert onder de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
4. De in het eerste lid onder b, c, f en i genoemde dienstonderdelen ressorteren wat betreft beleid en uitvoering onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst.
5. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de Algemene Leiding van het Ministerie, met uitzondering van de DHC die ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie.
a. de Algemene Leiding (ALGL);
b. het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR);
c. het directoraat-generaal Wonen en Bouwen (DGWB);
d. het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK);
e. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);
f. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);
g. de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering (DCB);
h. de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie (DHC);
i. het Rijksvastgoedbedrijf;
j. het Bureau Digitale Overheid.
2. De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 16, tweede lid.
3. Het onder lid 1 sub a genoemde onderdeel ressorteert onder de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
4. De in het eerste lid onder b, c, f en i genoemde dienstonderdelen ressorteren wat betreft beleid en uitvoering onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst.
5. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de Algemene Leiding van het Ministerie, met uitzondering van de DHC die ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie.