BWBR0031815
Geldig vanaf 2012-07-20
Artikel V
Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998, enz. (implementatie richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas)
1. Degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste en tweede lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel b van de Elektriciteitswet 1998</a>zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, is verleend, kan de Autoriteit Consument en Markt verzoeken om een ontheffing op basis van artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
2. Indien niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, door degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, een verzoek is ingediend, vervalt de vrijstelling of ontheffing één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
3. De Autoriteit Consument en Markt beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
4. Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt ontheffing wordt verleend op basis van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998</a>, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk wordt.
5. Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt geen ontheffing wordt verleend op basis van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998</a>, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, vijfde lid</a>, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
7. Een ontheffing als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998</a>zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Men die is verleend of is aangevraagd voor 15 februari 2012, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor deze ontheffing blijven de regels gelden zoals die golden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
2. Indien niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, door degene aan wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, een verzoek is ingediend, vervalt de vrijstelling of ontheffing één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.
3. De Autoriteit Consument en Markt beslist uiterlijk tien maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid op dit verzoek.
4. Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt ontheffing wordt verleend op basis van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998</a>, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid op het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk wordt.
5. Indien ingevolge een besluit van de Autoriteit Consument en Markt geen ontheffing wordt verleend op basis van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998</a>, vervalt de vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid vier maanden na het tijdstip waarop het besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister intrekken op grond van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, vijfde lid</a>, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, uiterlijk tot het tijdstip waarop een besluit van de Autoriteit Consument en Markt onherroepelijk is geworden.
7. Een ontheffing als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998</a>zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Men die is verleend of is aangevraagd voor 15 februari 2012, vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor deze ontheffing blijven de regels gelden zoals die golden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M.