BWBR0031796
Geldig vanaf 2012-08-01
Artikel 2
Wet bankenbelasting
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. balans: balans die is opgemaakt als onderdeel van de enkelvoudige jaarrekening, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of van een naar aard en strekking vergelijkbare enkelvoudige jaarrekening volgens het recht van een andere staat;
b. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
c. bijkantoor: bijkantoor als bedoeld in onderdeel a van de definitie van bijkantoor in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. deposito: deposito als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een naar aard en strekking vergelijkbaar deposito volgens het recht van een andere staat;
e. depositogarantiestelsel: stelsel als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
f. geconsolideerde balans: balans die is opgemaakt als onderdeel van de geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of in artikel 4 van de IAS-verordening, dan wel van een naar aard en strekking vergelijkbare geconsolideerde jaarrekening volgens het recht van een andere staat;
g. IAS-verordening: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243);
h. lidstaat: lidstaat als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
i. Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
j. toetsingsvermogen: vermogen dat wordt berekend overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels, bedoeld in artikel 3:57, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, of naar aard en strekking vergelijkbare regels volgens het recht van een andere staat;
k. variabele beloning: beloningsbestanddeel waarvan de toekenning afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden;
l. vaste beloning: beloningsbestanddeel dat niet kan worden aangemerkt als variabele beloning;
m. verzekeraar: verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
n. zetel: zetel als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
a. balans: balans die is opgemaakt als onderdeel van de enkelvoudige jaarrekening, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of van een naar aard en strekking vergelijkbare enkelvoudige jaarrekening volgens het recht van een andere staat;
b. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
c. bijkantoor: bijkantoor als bedoeld in onderdeel a van de definitie van bijkantoor in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. deposito: deposito als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een naar aard en strekking vergelijkbaar deposito volgens het recht van een andere staat;
e. depositogarantiestelsel: stelsel als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
f. geconsolideerde balans: balans die is opgemaakt als onderdeel van de geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of in artikel 4 van de IAS-verordening, dan wel van een naar aard en strekking vergelijkbare geconsolideerde jaarrekening volgens het recht van een andere staat;
g. IAS-verordening: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243);
h. lidstaat: lidstaat als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
i. Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
j. toetsingsvermogen: vermogen dat wordt berekend overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels, bedoeld in artikel 3:57, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, of naar aard en strekking vergelijkbare regels volgens het recht van een andere staat;
k. variabele beloning: beloningsbestanddeel waarvan de toekenning afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden;
l. vaste beloning: beloningsbestanddeel dat niet kan worden aangemerkt als variabele beloning;
m. verzekeraar: verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
n. zetel: zetel als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.