1. Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 2011 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten (
Wet herziening gerechtelijke kaart) ( 32 891) tot wet is verheven, en
artikel I van die wetlater in werking treedt dan
artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, is er, in afwijking van artikel 25, tweede lid, van de Politiewet 2012, tot het tijdstip waarop artikel I van de Wet herziening gerechtelijke kaart in werking treedt, een regionale eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Politiewet 2012 in elk van de gebieden, genoemd in de
artikelen 4 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling, zoals die luiden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart.
2. Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012is benoemd in het ambt van hoofdofficier en voor wie op diezelfde dag is vastgesteld dat hij het ambt van hoofdofficier vervult bij het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Groningen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Arnhem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden opgedragen bij de
Politiewet 2012op als hoofdofficier van justitie in het gebied, genoemd in
artikel 4,
5,
6,
7,
8,
9,
10,
11,
12onderscheidenlijk
13 van de Wet op de rechtelijke indeling, zoals dat luidt na het tijdstip van inwerkingtreding van de
Wet herziening gerechtelijke kaart.
3. Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.
4. Omtrent de uitoefening van de taken of bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, bedoeld in de
artikelen 38, tweede lid,
39, eerste, tweede en derde lid,
41en
71, zesde lid, van de Politiewet 2012en de
artikelen 12, eerste lid,
15, vierde lid,
19, eerste lid,
39, tweede lid, en
46, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, overlegt de hoofdofficier van justitie, bedoeld in het tweede lid, met de andere hoofdofficieren van justitie of fungerend hoofdofficieren van justitie in dat gebied.