BWBR0031763
Geldig vanaf 07-07-2012
Artikel 2
Regeling doormandatering korpsbeheer politie en brandweer BES 2012
Aan de secretaris-generaal blijft voorbehouden de bevoegdheid om besluiten te nemen, indien deze:
a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
b. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
c. worden genomen op grond van artikel 95 van het Besluit rechtspositie korps politie BES, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op: – immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000.
– immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000.
a. zijn neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
1°. de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van: – ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
– ontvangstbevestigingen,
– tussenberichten, waaronder uitstelberichten, en
– stukken naar aanleiding van verzoeken van de Nationale ombudsman om, ter vermijding van een volledig onderzoek, te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen (interventies);
2°. de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden;
b. zijn neergelegd in een document dat betrekking heeft op een verzoek in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
c. worden genomen op grond van artikel 95 van het Besluit rechtspositie korps politie BES, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op: – immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000.
– immateriële schade, of
– materiële schade boven een bedrag van € 10.000.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031763
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl