BWBR0031686
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 3.6
Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk
1. Tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk zijn binnen de veiligheidsafstand die ingevolge artikel 3.2onderscheidenlijk 3.3in acht wordt genomen, vermeerderd met vijftig procent, geen bedrijfsmatig gehouden dieren aanwezig, tenzij de toepasser met de eigenaar van de dieren schriftelijk anders is overeengekomen.
2. Binnen de veiligheidszone bevinden zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen:
a. brandbare objecten, behoudens het tot ontbranding te brengen vuurwerk en materialen die hiervoor nodig zijn;
b. voer- of vaartuigen, behoudens een voer- of vaartuig waar vanaf het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht, waarmee het vuurwerk is vervoerd of van een hulpverleningsdienst.
3. Binnen de veiligheidszone bevinden zich geen:
a. provinciale wegen of rijkswegen;
b. water- of spoorwegen;
c. gebouwen, behoudens voor zover is gewaarborgd dat tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen personen in of uit het gebouw gaan.
4. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk vanaf een dak van een gebouw is toegestaan, indien is gewaarborgd dat tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen personen in of uit het gebouw gaan en de aanwezige installaties niet leiden tot gevaarlijke situaties. In dit geval is de veiligheidsafstand op maaiveldniveau gelijk aan de horizontale projectie van de veiligheidafstand ter hoogte van de afsteekplaats.
5. Indien binnen de veiligheidszone gemeentelijke wegen, wandel- en fietspaden of eigen wegen aanwezig zijn, worden deze 15 minuten voor het tot ontbranding brengen van het vuurwerk afgezet.
2. Binnen de veiligheidszone bevinden zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen:
a. brandbare objecten, behoudens het tot ontbranding te brengen vuurwerk en materialen die hiervoor nodig zijn;
b. voer- of vaartuigen, behoudens een voer- of vaartuig waar vanaf het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht, waarmee het vuurwerk is vervoerd of van een hulpverleningsdienst.
3. Binnen de veiligheidszone bevinden zich geen:
a. provinciale wegen of rijkswegen;
b. water- of spoorwegen;
c. gebouwen, behoudens voor zover is gewaarborgd dat tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen personen in of uit het gebouw gaan.
4. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk vanaf een dak van een gebouw is toegestaan, indien is gewaarborgd dat tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk geen personen in of uit het gebouw gaan en de aanwezige installaties niet leiden tot gevaarlijke situaties. In dit geval is de veiligheidsafstand op maaiveldniveau gelijk aan de horizontale projectie van de veiligheidafstand ter hoogte van de afsteekplaats.
5. Indien binnen de veiligheidszone gemeentelijke wegen, wandel- en fietspaden of eigen wegen aanwezig zijn, worden deze 15 minuten voor het tot ontbranding brengen van het vuurwerk afgezet.