BWBR0031678
Geldig vanaf 2012-06-22
Artikel 5
Regeling instelling Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen 2012
1. De rapporten, genoemd in artikel 4, derde lid, bevatten in ieder geval:
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot internationale organisaties, non-gouvernementele organisaties en tot andere betrokkenen.
3. De Minister van Veiligheid en Justitie zendt de rapporten ter kennisneming aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot internationale organisaties, non-gouvernementele organisaties en tot andere betrokkenen.
3. De Minister van Veiligheid en Justitie zendt de rapporten ter kennisneming aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.