BWBR0031664
Geldig vanaf 20-06-2012
Artikel 3
Beleidsregels inning bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet 2012
1. Het college bericht de verzekeringnemer zo spoedig mogelijk dat de verzekeringnemer de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is. Het college deelt daarbij ten minste mee:
a. dat de degene die bij het college is gemeld op grond van artikel 18c Zorgverzekeringswet bestuursrechtelijke premie per maand verschuldigd is tot nader bericht van het college;
b. dat de bestuursrechtelijke premie, voor degene die op grond van artikel 9d, eerste lid verzekerd is, per maand verschuldigd is gedurende 12 maanden;
c. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
d. dat het college, indien mogelijk, de volledige bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
e. dat het college, indien inhouding op de inkomsten, bedoeld in onderdeel c, niet volledig kan plaatsvinden, de bestuursrechtelijke premie int door de aan de verzekeringnemer toekomende zorgtoeslag of het voorschot daarop aan zich te laten uitbetalen;
f. dat het college bij toepassing van onderdeel d, het restant van de bestuursrechtelijke premie op andere wijze in rekening zal brengen;
g. dat het college, indien sprake is van melding van overige verzekerden naast de verzekeringnemer op grond van artikel 18c Zorgverzekeringswet, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening brengt dan met toepassing van onderdeel d;
h. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het college kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het college zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
3. Eenmaal per kalenderjaar stuurt het college een bericht aan de verzekeringsnemer omtrent de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand voor het daaropvolgende jaar.
a. dat de degene die bij het college is gemeld op grond van artikel 18c Zorgverzekeringswet bestuursrechtelijke premie per maand verschuldigd is tot nader bericht van het college;
b. dat de bestuursrechtelijke premie, voor degene die op grond van artikel 9d, eerste lid verzekerd is, per maand verschuldigd is gedurende 12 maanden;
c. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
d. dat het college, indien mogelijk, de volledige bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
e. dat het college, indien inhouding op de inkomsten, bedoeld in onderdeel c, niet volledig kan plaatsvinden, de bestuursrechtelijke premie int door de aan de verzekeringnemer toekomende zorgtoeslag of het voorschot daarop aan zich te laten uitbetalen;
f. dat het college bij toepassing van onderdeel d, het restant van de bestuursrechtelijke premie op andere wijze in rekening zal brengen;
g. dat het college, indien sprake is van melding van overige verzekerden naast de verzekeringnemer op grond van artikel 18c Zorgverzekeringswet, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening brengt dan met toepassing van onderdeel d;
h. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het college kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het college zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
3. Eenmaal per kalenderjaar stuurt het college een bericht aan de verzekeringsnemer omtrent de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand voor het daaropvolgende jaar.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031664
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl