BWBR0031659
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 5
Wet bekostiging financieel toezicht
1. De Autoriteit Financiële Markten stelt de jaarrekening, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, jaarlijks voor 15 maart op.
2. De Nederlandsche Bank stelt jaarlijks voor 15 maart een verantwoording op, waarin met betrekking tot het toezicht rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 34, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">35, tweede tot en met vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>gaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0032573/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep</a>, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie.
4. De toezichthouder zendt de jaarrekening of verantwoording na goedkeuring door de Raad van toezicht, onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, onverwijld aan Onze Ministers.
2. De Nederlandsche Bank stelt jaarlijks voor 15 maart een verantwoording op, waarin met betrekking tot het toezicht rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 34, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">35, tweede tot en met vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>gaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0032573/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep</a>, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie.
4. De toezichthouder zendt de jaarrekening of verantwoording na goedkeuring door de Raad van toezicht, onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, onverwijld aan Onze Ministers.