BWBR0031518
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling stimuleren bundeling van goederenstromen voor vervoer op het spoor
De minister verstrekt geen subsidie:
a. aan een aanvrager die actief is in het wegvervoer, voor zover het totale aan hem verleende bedrag aan de-minimissteun, meer dan € 100.000,– bedraagt in de periode van het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren, te rekenen vanaf de datum van de subsidieverstrekking op basis van deze subsidieregeling;
b. aan een aanvrager die niet actief is in het wegvervoer, voor zover het totale aan hem verleende bedrag aan de-minimissteun, meer dan € 200.000,– bedraagt in de periode van het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren, te rekenen vanaf de datum van de subsidieverstrekking op basis van deze subsidieregeling;
c. voor de aanschaf van wegvervoermiddelen aan een aanvrager die actief is in het wegvervoer en die met de vervoermiddelen vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoert;
d. indien door de aanvrager voor het project subsidie is ontvangen van een ander bestuursorgaan of door de Europese Commissie of indien de aanvrager reeds andere vormen van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft ontvangen voor dit project;
e. de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling;
f. het project naar het oordeel van de minister niet economisch, technisch of organisatorisch haalbaar is;
g. het subsidieplafond is bereikt;
h. niet aannemelijk is dat het project drie jaar na datum na het tijdstip zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, gecontinueerd kan worden;
i. indien voor de uitvoering of toepassing van het project extra capaciteit nodig is op de spoorweginfrastructuur of aanpassing van de spoorweginfrastructuur nodig is, en dat naar het oordeel van de minister niet uitvoerbaar is;
j. indien naar het oordeel van de minister de totaalscore van het project na toepassing van de criteria en de wegingsfactoren in artikel 10 lager is dan 8 punten.
a. aan een aanvrager die actief is in het wegvervoer, voor zover het totale aan hem verleende bedrag aan de-minimissteun, meer dan € 100.000,– bedraagt in de periode van het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren, te rekenen vanaf de datum van de subsidieverstrekking op basis van deze subsidieregeling;
b. aan een aanvrager die niet actief is in het wegvervoer, voor zover het totale aan hem verleende bedrag aan de-minimissteun, meer dan € 200.000,– bedraagt in de periode van het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren, te rekenen vanaf de datum van de subsidieverstrekking op basis van deze subsidieregeling;
c. voor de aanschaf van wegvervoermiddelen aan een aanvrager die actief is in het wegvervoer en die met de vervoermiddelen vrachtvervoer voor rekening van derden uitvoert;
d. indien door de aanvrager voor het project subsidie is ontvangen van een ander bestuursorgaan of door de Europese Commissie of indien de aanvrager reeds andere vormen van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft ontvangen voor dit project;
e. de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling;
f. het project naar het oordeel van de minister niet economisch, technisch of organisatorisch haalbaar is;
g. het subsidieplafond is bereikt;
h. niet aannemelijk is dat het project drie jaar na datum na het tijdstip zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, gecontinueerd kan worden;
i. indien voor de uitvoering of toepassing van het project extra capaciteit nodig is op de spoorweginfrastructuur of aanpassing van de spoorweginfrastructuur nodig is, en dat naar het oordeel van de minister niet uitvoerbaar is;
j. indien naar het oordeel van de minister de totaalscore van het project na toepassing van de criteria en de wegingsfactoren in artikel 10 lager is dan 8 punten.