BWBR0031458
Geldig vanaf 2023-09-20
Artikel 26a
Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012
1. Degene die praktische nascholing als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders geeft en geen certificaat voor het geven van rijonderricht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993bezit, dient in het bezit te zijn van een certificaat praktijktrainer nascholing.
2. Het certificaat praktijktrainer nascholing wordt op aanvraag door het CBR tegen betaling van het door die instantie ter zake van de kosten van het certificaat vastgestelde tarief afgegeven aan degene die:
a. in de acht jaar voorafgaand aan het examen praktijktrainer nascholing ten minste vijf jaar werkzaam is geweest als chauffeur of praktijktrainer nascholing in de motorrijtuigcategorie waarvoor het examen praktijktrainer nascholing is afgelegd;
b. een ingevolge artikel 12b, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 gecertificeerde cursus met betrekking tot coaching en feedback geven heeft gevolgd; en
c. het examen praktijktrainer nascholing met goed gevolg heeft afgelegd.
3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de door het CBR vastgestelde wijze en gaat vergezeld van documenten waarmee ten genoegen van het CBR het voldoen aan het tweede lid, onderdelen a en b, wordt aangetoond.
2. Het certificaat praktijktrainer nascholing wordt op aanvraag door het CBR tegen betaling van het door die instantie ter zake van de kosten van het certificaat vastgestelde tarief afgegeven aan degene die:
a. in de acht jaar voorafgaand aan het examen praktijktrainer nascholing ten minste vijf jaar werkzaam is geweest als chauffeur of praktijktrainer nascholing in de motorrijtuigcategorie waarvoor het examen praktijktrainer nascholing is afgelegd;
b. een ingevolge artikel 12b, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 gecertificeerde cursus met betrekking tot coaching en feedback geven heeft gevolgd; en
c. het examen praktijktrainer nascholing met goed gevolg heeft afgelegd.
3. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de door het CBR vastgestelde wijze en gaat vergezeld van documenten waarmee ten genoegen van het CBR het voldoen aan het tweede lid, onderdelen a en b, wordt aangetoond.