BWBR0031444
Geldig vanaf 2012-04-13
Artikel 8
Regeling aanvullende bekostiging bekwaamheid van het management en professionalisering onderwijspersoneel Middelbaar Beroepsonderwijs
1. Het bevoegd gezag is verplicht om uiterlijk 15 mei 2012 bij programmamanagement MBO15-Kwaliteit een plan van aanpak in te dienen waarin in elk geval is opgenomen wat de uitgangssituatie is en op welke wijze en met welk resultaat het bevoegd gezag het aan het bevoegd gezag verbonden onderwijspersoneel in staat stelt zich, in de periode 2012-2015, verder te professionaliseren.
2. Het bevoegd gezag is verplicht om aan de minister of aan een daartoe door of vanwege de minister aangewezen persoon of instantie alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor uitvoering van het in het in artikel 7genoemde onderzoek en aanvullende onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.
3. De inlichtingen worden verstrekt binnen een door de minister of door een in het eerste lid bedoelde persoon of instantie te stellen redelijke termijn.
4. Het bevoegd gezag doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang zijn voor vaststelling van de aanvullende middelen. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
5. Instellingen dienen voor de extra middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, een aanvulling op hun plan van aanpak op te stellen en dit als bijlage op te nemen bij de voortgangsrapportage welke in november 2012 bij MBO15 wordt ingediend.
2. Het bevoegd gezag is verplicht om aan de minister of aan een daartoe door of vanwege de minister aangewezen persoon of instantie alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor uitvoering van het in het in artikel 7genoemde onderzoek en aanvullende onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.
3. De inlichtingen worden verstrekt binnen een door de minister of door een in het eerste lid bedoelde persoon of instantie te stellen redelijke termijn.
4. Het bevoegd gezag doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang zijn voor vaststelling van de aanvullende middelen. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
5. Instellingen dienen voor de extra middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, een aanvulling op hun plan van aanpak op te stellen en dit als bijlage op te nemen bij de voortgangsrapportage welke in november 2012 bij MBO15 wordt ingediend.