BWBR0031366
Geldig vanaf 21-03-2012
Artikel 9
Regeling cliëntenparticipatie UWV 2012
1. Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen;
d. wegens verzuim dan de helft of meer van de vergaderingen van de cliëntenraad op jaarbasis;
e. indien het lid de status van cliënt verliest;
f. wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd
2. Indien de meerderheid van de leden van een cliëntenraad van oordeel is dat door toedoen van een lid de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad wordt belemmerd, kan de cliëntenraad de Raad van Bestuur verzoeken het lidmaatschap van het desbetreffende lid te beëindigen. De Raad van Bestuur beslist op basis van een bindend advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 10.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid wordt het betreffende cliëntenraadslid gedurende de procedure van de adviescommissie uitgesloten van alle activiteiten van de cliëntenraad.
4. Indien het lidmaatschap op basis van het eerste of tweede lid eindigt wordt het betreffende lid vervangen door een nieuw te benoemen lid. De benoeming geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.
5. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliëntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en vergoedingen van de (leden van een) cliëntenraad zijn eveneens van toepassing op vervangende leden.
adviescommissie
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen;
d. wegens verzuim dan de helft of meer van de vergaderingen van de cliëntenraad op jaarbasis;
e. indien het lid de status van cliënt verliest;
f. wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd
2. Indien de meerderheid van de leden van een cliëntenraad van oordeel is dat door toedoen van een lid de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad wordt belemmerd, kan de cliëntenraad de Raad van Bestuur verzoeken het lidmaatschap van het desbetreffende lid te beëindigen. De Raad van Bestuur beslist op basis van een bindend advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 10.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid wordt het betreffende cliëntenraadslid gedurende de procedure van de adviescommissie uitgesloten van alle activiteiten van de cliëntenraad.
4. Indien het lidmaatschap op basis van het eerste of tweede lid eindigt wordt het betreffende lid vervangen door een nieuw te benoemen lid. De benoeming geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.
5. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliëntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en vergoedingen van de (leden van een) cliëntenraad zijn eveneens van toepassing op vervangende leden.
adviescommissie
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031366
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl