BWBR0031272
Geldig vanaf 2012-02-15
Artikel 4
Instellingsbesluit Commissie Monitoring Talent naar de Top 2012
1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zeven andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van EL&I, in overeenstemming met de Minister van OCW, benoemd en kunnen door de Minister van EL&I, in overeenstemming met de Minister van OCW, worden geschorst en ontslagen.
3. De voorzitter en de leden van de Commissie handelen zonder last of ruggespraak.
4. Een lid van de Commissie of een door de Commissie ingeschakelde deskundige neemt niet deel aan de beoordeling van de resultaten van een individuele ondertekenaar van het Charter, indien hij of zij een persoonlijk belang heeft bij de beoordeling van de resultaten van deze ondertekenaar.
5. Tot lid van de Commissie worden benoemd:
a. de heer dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter;
b. mevrouw mr. M. Bax MBA, te Amsterdam;
c. mevrouw drs. R.I. Doerga RA, te Sittard;
d. mevrouw mr. P. van der Meer Mohr te Den Haag;
e. de heer B. van der Veer RA, te Bloemendaal.
6. Een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan als waarnemer bij de vergadering van de Commissie aanwezig zijn.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van EL&I, in overeenstemming met de Minister van OCW, benoemd en kunnen door de Minister van EL&I, in overeenstemming met de Minister van OCW, worden geschorst en ontslagen.
3. De voorzitter en de leden van de Commissie handelen zonder last of ruggespraak.
4. Een lid van de Commissie of een door de Commissie ingeschakelde deskundige neemt niet deel aan de beoordeling van de resultaten van een individuele ondertekenaar van het Charter, indien hij of zij een persoonlijk belang heeft bij de beoordeling van de resultaten van deze ondertekenaar.
5. Tot lid van de Commissie worden benoemd:
a. de heer dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter;
b. mevrouw mr. M. Bax MBA, te Amsterdam;
c. mevrouw drs. R.I. Doerga RA, te Sittard;
d. mevrouw mr. P. van der Meer Mohr te Den Haag;
e. de heer B. van der Veer RA, te Bloemendaal.
6. Een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan als waarnemer bij de vergadering van de Commissie aanwezig zijn.