BWBR0031203
Geldig vanaf 2012-02-02
Artikel 2
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Raad voor de rechtspraak (verzoeken tot schadevergoeding i.v.m. rechtspraak waarvoor de Staat aansprakelijk kan worden gehouden)
1. Aan de Raad wordt mandaat en machtiging verleend om:
a. te beslissen op verzoeken tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer rechterlijke colleges;
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen de onder a bedoelde beslissingen;
c. op te treden in zaken waarin de minister door de rechter in het geding is geroepen om verweer te voeren ter zake de onder a of b bedoelde beslissingen.
2. Aan de Raad wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen en op te treden in zaken waarin de minister door de rechter in het geding is geroepen om verweer te voeren tegen een aan de rechter gericht verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer rechterlijke colleges.
3. Het mandaat en de machtiging omvatten mede de bevoegdheid om:
a. te beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
b. op te treden in beroep;
c. hoger beroep in te stellen;
d. een ingesteld hoger beroep in te trekken;
e. op te treden in hoger beroep;
f. beroep in cassatie in te stellen;
g. een ingesteld beroep in cassatie in te trekken;
h. op te treden in cassatie.
a. te beslissen op verzoeken tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer rechterlijke colleges;
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen de onder a bedoelde beslissingen;
c. op te treden in zaken waarin de minister door de rechter in het geding is geroepen om verweer te voeren ter zake de onder a of b bedoelde beslissingen.
2. Aan de Raad wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen en op te treden in zaken waarin de minister door de rechter in het geding is geroepen om verweer te voeren tegen een aan de rechter gericht verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer rechterlijke colleges.
3. Het mandaat en de machtiging omvatten mede de bevoegdheid om:
a. te beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
b. op te treden in beroep;
c. hoger beroep in te stellen;
d. een ingesteld hoger beroep in te trekken;
e. op te treden in hoger beroep;
f. beroep in cassatie in te stellen;
g. een ingesteld beroep in cassatie in te trekken;
h. op te treden in cassatie.