BWBR0031191
Geldig vanaf 2012-02-01
Artikel 3
Instellingsbesluit CBA
1. De CBA bestaat uit:
– een voorzitter, zijnde een directeur van een juridische directie van een ministerie;
– een secretaris;
– van elk ministerie telkens een lid en een plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door of namens de betrokken minister;
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door de Rijksgebouwendienst (RGD);
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door Rijkswaterstaat (RWS);
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door de Belastingdienst;
– een lid en een plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrechtrecht, aan te wijzen door het Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo.
2. De voorzitter van de CBA is bevoegd één of meer leden, die werkzaam zijn bij een van de ministeries, buiten de krachtens het eerste lid aangewezen leden aan te wijzen op grond van bijzondere deskundigheid van de betrokkene op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht.
3. De voorzitter en de secretaris worden benoemd op voordracht van de ICCW.
4. De CBA wijst uit zijn midden één of twee plaatsvervangende voorzitters aan.
5. Alleen leden die door of namens een minister zijn aangewezen hebben stemrecht.
6. Het secretariaat van de CBA berust bij de directie Faciliteiten, Huisvesting en Inkoop Rijk (FHIR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
7. Het secretariaat ondersteunt de CBA bij de uitvoering van de in artikel 2genoemde taken. Daarnaast zorgt het secretariaat voor de publicatie van onder andere de adviezen, de standaardcontracten en algemene voorwaarden binnen de rijksdienst en de voorlichting hierover aan allen die in de Rijksdienst werkzaam zijn. Het secretariaat is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de CBA.
8. De CBA zal haar werkwijze en die van het secretariaat nader regelen en vormgeven.
– een voorzitter, zijnde een directeur van een juridische directie van een ministerie;
– een secretaris;
– van elk ministerie telkens een lid en een plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door of namens de betrokken minister;
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door de Rijksgebouwendienst (RGD);
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door Rijkswaterstaat (RWS);
– een lid (en een plaatsvervangend lid) met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht, aan te wijzen door de Belastingdienst;
– een lid en een plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van het aanbestedings- en privaatrechtrecht, aan te wijzen door het Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo.
2. De voorzitter van de CBA is bevoegd één of meer leden, die werkzaam zijn bij een van de ministeries, buiten de krachtens het eerste lid aangewezen leden aan te wijzen op grond van bijzondere deskundigheid van de betrokkene op het gebied van het aanbestedings- en privaatrecht.
3. De voorzitter en de secretaris worden benoemd op voordracht van de ICCW.
4. De CBA wijst uit zijn midden één of twee plaatsvervangende voorzitters aan.
5. Alleen leden die door of namens een minister zijn aangewezen hebben stemrecht.
6. Het secretariaat van de CBA berust bij de directie Faciliteiten, Huisvesting en Inkoop Rijk (FHIR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
7. Het secretariaat ondersteunt de CBA bij de uitvoering van de in artikel 2genoemde taken. Daarnaast zorgt het secretariaat voor de publicatie van onder andere de adviezen, de standaardcontracten en algemene voorwaarden binnen de rijksdienst en de voorlichting hierover aan allen die in de Rijksdienst werkzaam zijn. Het secretariaat is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de CBA.
8. De CBA zal haar werkwijze en die van het secretariaat nader regelen en vormgeven.