BWBR0031111
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 4
Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven en levend pluimvee (PPE) 2012
1. De ondernemer die 250 of meer stuks pluimvee houdt of handelt in pluimvee, draagt er voor zorg dat elke verplaatsing van pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, binnen onderscheidenlijk van en naar zijn pluimveebedrijf, ter registratie in het KIP wordt gemeld aan het productschap.
2. Nadat de melding als bedoeld in eerste lid is geregistreerd in het KIP, en bij de terugmelding van het productschap blijkt dat de verplaatsingsgegevens niet overeen komen, draagt de ondernemer als bedoeld in het eerste lid, er voor zorg dat de gecorrigeerde gegevens worden gemeld bij het productschap.
3. De ondernemer als bedoeld in het eerste lid, draagt er voor zorg dat de gegevens die ingevolge deze verordening worden gemeld aan het productschap, volledig, juist en naar waarheid zijn.
4. Bij de in het eerste lid bedoelde melding doet de ondernemer opgave van de volgende gegevens:
a. KIPnummer van verzender en ontvanger;
b. Stalnummers van herkomst en bestemming, voor zover de herkomst respectievelijk de bestemming een pluimveebedrijf in Nederland betreft;
Verplaatsingsgegevens:
c. Verplaatsingstype (aanvoer - opzet, aanvoer - bijplaatsing, interne of externe overplaatsing, afvoer - uitladen of afvoer - wegladen);
d. Verplaatsingsdatum;
Ouderdiergegevens:
e. KIPnummer pluimveebedrijven ouderdieren;
Pluimveegegevens:
f. Aantal geplaatste dieren (hennen, hanen, ongesext);
g. Geboortedatum van de geplaatste dieren;
h. Soort;
i. Categorie;
j. Type;
k. Ras;
l. Houderijsysteem.
5. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op de aanvoer van een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, wordt tevens opgave gedaan van het land van herkomst.
6. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op de afvoer van een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, naar een lidstaat of een derde land, wordt tevens opgave gedaan van het land van bestemming.
7. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, dat meer dan één productie periode wordt ingezet, wordt tevens opgave gedaan van de datum van het begin van de nieuwe productieperiode, zijnde de startdatum van de ruiperiode.
8. De termijn waarbinnen de ondernemer ervoor zorg draagt dat aan de meldingsverplichting als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid wordt voldaan, bedraagt 5 werkdagen te rekenen vanaf de dag na de dag van de verplaatsingsdatum respectievelijk de dag na de dag van terugmelding.
9. Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen omtrent de wijze van melding door de ondernemer, als bedoeld in het eerste lid. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. Nadat de melding als bedoeld in eerste lid is geregistreerd in het KIP, en bij de terugmelding van het productschap blijkt dat de verplaatsingsgegevens niet overeen komen, draagt de ondernemer als bedoeld in het eerste lid, er voor zorg dat de gecorrigeerde gegevens worden gemeld bij het productschap.
3. De ondernemer als bedoeld in het eerste lid, draagt er voor zorg dat de gegevens die ingevolge deze verordening worden gemeld aan het productschap, volledig, juist en naar waarheid zijn.
4. Bij de in het eerste lid bedoelde melding doet de ondernemer opgave van de volgende gegevens:
a. KIPnummer van verzender en ontvanger;
b. Stalnummers van herkomst en bestemming, voor zover de herkomst respectievelijk de bestemming een pluimveebedrijf in Nederland betreft;
Verplaatsingsgegevens:
c. Verplaatsingstype (aanvoer - opzet, aanvoer - bijplaatsing, interne of externe overplaatsing, afvoer - uitladen of afvoer - wegladen);
d. Verplaatsingsdatum;
Ouderdiergegevens:
e. KIPnummer pluimveebedrijven ouderdieren;
Pluimveegegevens:
f. Aantal geplaatste dieren (hennen, hanen, ongesext);
g. Geboortedatum van de geplaatste dieren;
h. Soort;
i. Categorie;
j. Type;
k. Ras;
l. Houderijsysteem.
5. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op de aanvoer van een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, wordt tevens opgave gedaan van het land van herkomst.
6. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op de afvoer van een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, naar een lidstaat of een derde land, wordt tevens opgave gedaan van het land van bestemming.
7. Indien de in het eerste lid bedoelde melding betrekking heeft op een groep pluimvee, andere dan duiven, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen en loopvogels, dat meer dan één productie periode wordt ingezet, wordt tevens opgave gedaan van de datum van het begin van de nieuwe productieperiode, zijnde de startdatum van de ruiperiode.
8. De termijn waarbinnen de ondernemer ervoor zorg draagt dat aan de meldingsverplichting als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid wordt voldaan, bedraagt 5 werkdagen te rekenen vanaf de dag na de dag van de verplaatsingsdatum respectievelijk de dag na de dag van terugmelding.
9. Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen omtrent de wijze van melding door de ondernemer, als bedoeld in het eerste lid. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031111
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl