BWBR0031102
Geldig vanaf 2012-02-01
Artikel 2
Beleidsregel justitiële gegevens veiligheidsonderzoeken
1. Het weigeren van een verklaring, bedoeld in artikel 8 van de wet, en het intrekken van een verklaring, bedoeld in artikel 10 van de wet, kan plaatsvinden indien het naar de betrokkene ingestelde veiligheidsonderzoek gegevens, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, van de wetheeft opgeleverd, betreffende het feit dat betrokkene en/of diens partner veroordeeld is voor, dan wel verdacht wordt van het plegen van, dan wel deelnemen aan, dan wel een transactie heeft aanvaard voor één of meer misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van drie jaren of meer is gesteld. Bij de beoordeling of een verklaring moet worden geweigerd of ingetrokken wordt rekening gehouden met:
a. de aard van het gegeven;
b. de pleegdatum van het strafbare feit waarop het gegeven betrekking heeft;
c. de zwaarte van de opgelegde straf of maatregel;
d. de leeftijd van de betrokkene ten tijde van het vastleggen van de gegevens.
2. Indien het naar de betrokkene ingestelde veiligheidsonderzoek andere justitiële gegevens van de betrokkene of diens partner heeft opgeleverd dan genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt bij de beoordeling of een verklaring moet worden geweigerd of ingetrokken rekening gehouden met de onder artikel 2, eerste lid, onder a tot en met d genoemde factoren, alsmede de relatie tot de specifieke (te vervullen) vertrouwensfunctie.
a. de aard van het gegeven;
b. de pleegdatum van het strafbare feit waarop het gegeven betrekking heeft;
c. de zwaarte van de opgelegde straf of maatregel;
d. de leeftijd van de betrokkene ten tijde van het vastleggen van de gegevens.
2. Indien het naar de betrokkene ingestelde veiligheidsonderzoek andere justitiële gegevens van de betrokkene of diens partner heeft opgeleverd dan genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt bij de beoordeling of een verklaring moet worden geweigerd of ingetrokken rekening gehouden met de onder artikel 2, eerste lid, onder a tot en met d genoemde factoren, alsmede de relatie tot de specifieke (te vervullen) vertrouwensfunctie.