1. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 18.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet;
b. € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet;
c. € 5.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de wet;
d. € 2.700 voor de behandeling voor een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de wet;
e. € 5.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, van de wet;
f. € 2.500 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de wet;
g. € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, van de wet;
h. € 2.000 voor de behandeling voor een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de wet;
i. € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de wet;
j. € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de wet;
k. € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van de wet;
l. € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld inartikel 2:86, eerste lid, van de wet;
m. € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, van de wet;
n. € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, van de wet;
o. € 300 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, van de wet;
p. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder q, r of s;
q. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
r. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000;
s. € 2.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet;
t. € 300 voor de wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet;
u. € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet, die niet strekt tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening of het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit;
v. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel p in die zin dat deze mede zal strekken tot het in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000;
w. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet die strekt tot het in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit met een maximum van € 100.000;
x. € 2.700 voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de wet die strekt tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
y. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, met een maximum van € 150.000;
z. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een verzoek om wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, in die zin dat deze mede zal strekken tot het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 150.000.
2. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:55, tweede lid, van de wet;
b. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:60, tweede lid, van de wet;
c. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:65, derde lid, van de wet;
d. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:75, tweede lid, van de wet;
e. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:80, tweede of derde lid, van de wet;
f. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:86, tweede lid, van de wet;
g. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:92, tweede lid, van de wet;
h. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de wet, niet zijnde een aanvraag als bedoeld onder i of j;
i. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de wet voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening;
j. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de wet voor het in de uitoefening van beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit, met een maximum van € 100.000;
k. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:96, tweede lid, van de wet, voor zover het betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet;
l. € 5.500 voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet;
m. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van de wet, met een maximum van € 150.000.
3. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d, eerste lid, van de wet, met een maximum van € 150.000;
b. € 166 per uur dat er werkzaamheden worden verricht voor een wijziging van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d, eerste lid, van de wet, met een maximum van € 150.000.
4. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van het besluitwordt vastgesteld op € 5.500 voor de behandeling van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in
artikel 2:69a, eerste lid, van de wet.
5. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 11.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de wet en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
b. € 6.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
c. € 4.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet en dat betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, niet zijnde effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
d. € 4.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat bestaat uit een enkel document, bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel a, van de wet en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
e. € 2.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van het registratiedocument van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
f. € 1.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van de verrichtingsnota en de samenvatting van een prospectus dat bestaat uit drie afzonderlijke documenten als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, onderdeel b, van de wet en dat betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;
g. € 8.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en waarvan het registratiedocument op grond van artikel 21, tweede lid, van de prospectusverordening is opgesteld met inachtneming van Bijlage I bij de prospectusverordening;
h. € 6.500 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een registratiedocument van een prospectus dat betrekking heeft op effecten zonder een aandelenkarakter of effecten die rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet, die niet op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en dat op grond van artikel 21, tweede lid, van de prospectusverordening is opgesteld met inachtneming van Bijlage I bij de prospectusverordening;
i. € 4.000 voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een basisprospectus als bedoeld in artikel 5:16 van de wet waarin op grond van artikel 26, vierde lid, van de prospectusverordening wordt verwezen naar een eerder goedgekeurd registratiedocument.
6. Het bedrag, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van het besluitvoor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een document als bedoeld in
artikel 5:23, tweede lid, van de wet, wordt vastgesteld op € 800.