BWBR0031018
Geldig vanaf 2020-09-14
Artikel 2.2
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
1. Bij de beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0030378/artikel/2.6.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.6.7, vijfde lid, van het besluit</a>, worden de volgende elementen betrokken:
a. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen van de ADR klasse 1.1, 1.2 en 1.3 waarvoor: 1°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, of
2°. een melding op grond van artikel 1.10 in samenhang met artikel 1.21b van het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan en een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
1°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, of
2°. een melding op grond van artikel 1.10 in samenhang met artikel 1.21b van het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan en een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
b. de berekening van de effectzones (A-, B- en C-zone);
c. de bestaande objecten en bestemmingen, met inbegrip van reeds toegestane ontwikkelingen, binnen de effectzones, bedoeld in onderdeel b.
2. De beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones wordt uitgevoerd aan de hand van de meest recente door de Minister van Infrastructuur en Milieu goedgekeurde versie van het hiervoor ontwikkelde softwarepakket (RISK-NL).
3. De norm voor de acceptatie van een bestaande inbreuk is voor het plaatsgebonden risico 10 -5.
4. Bij de beoordeling van het risico wordt het groepsrisico mede in ogenschouw genomen.
5. De risicoanalyse met de beoordeling van de risico’s wordt na goedkeuring door de minister van Infrastructuur en Milieu aangeboden aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.
a. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen van de ADR klasse 1.1, 1.2 en 1.3 waarvoor: 1°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, of
2°. een melding op grond van artikel 1.10 in samenhang met artikel 1.21b van het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan en een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
1°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, of
2°. een melding op grond van artikel 1.10 in samenhang met artikel 1.21b van het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan en een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
b. de berekening van de effectzones (A-, B- en C-zone);
c. de bestaande objecten en bestemmingen, met inbegrip van reeds toegestane ontwikkelingen, binnen de effectzones, bedoeld in onderdeel b.
2. De beoordeling van de veiligheidssituatie en het risico van de activiteiten in de veiligheidszones wordt uitgevoerd aan de hand van de meest recente door de Minister van Infrastructuur en Milieu goedgekeurde versie van het hiervoor ontwikkelde softwarepakket (RISK-NL).
3. De norm voor de acceptatie van een bestaande inbreuk is voor het plaatsgebonden risico 10 -5.
4. Bij de beoordeling van het risico wordt het groepsrisico mede in ogenschouw genomen.
5. De risicoanalyse met de beoordeling van de risico’s wordt na goedkeuring door de minister van Infrastructuur en Milieu aangeboden aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.