BWBR0030981
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 5
Instellingsbesluit College en Forum Standaardisatie 2012
1. Het college bestaat uit:
a. een voorzitter aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. twee leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door onderscheidenlijk: – de Minister van Veiligheid en Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Infrastructuur en Milieu;
– de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Veiligheid en Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Infrastructuur en Milieu;
– de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door de Inspectieraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar.
a. een voorzitter aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. twee leden aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. een lid aan te wijzen door onderscheidenlijk: – de Minister van Veiligheid en Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Infrastructuur en Milieu;
– de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– de Minister van Veiligheid en Justitie;
– de Minister van Financiën;
– de Minister van Infrastructuur en Milieu;
– de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. een lid aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
e. een lid aan te wijzen door de Inspectieraad;
f. een lid aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
g. een lid aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
h. een lid aan te wijzen door de Manifestgroep.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd.
3. Het college vergadert in ieder geval twee maal per jaar.